Verhaal van Romina

29 weken was ik zwanger. En gelukkig zwanger. 29 weken lang was er geen vuiltje aan de lucht en voelde ik mij op en top gelukkig. Letterlijk ‘in blijde verwachting’ dus.

En ja, ik had wel enkele typische zwangerschapsklachten maar die hoorden er gewoon bij, dacht ik. Ik sukkelde al heel lang met pijn aan mijn onderrug en dit belemmerde me soms in mijn slaap. En natuurlijk, hoe boller mijn buik werd, hoe erger die pijn werd. Maar dat is normaal als je zwanger bent, toch? Dus toen ik die nacht om 2u op stond met opnieuw die pijn in mijn rug en die herkenbare harde buiken, maakte ik mij in eerste instantie weinig zorgen. Ik ging naar beneden om nog wat tv te kijken totdat ik opnieuw kon slapen. Toen ik 2 uur later nog steeds de slaap niet kon vatten, begon ik me toch wat zorgen te maken. Op dat moment dacht ik terug aan het advies dat een vriendin me ooit had gegeven: als je je zorgen maakt, kan je gewoon even naar spoed gaan voor een geruststellende monitor. Zo gezegd, zo gedaan. Ik maakte mijn vriend wakker om mij om 4u ‘s nachts naar het ziekenhuis te brengen. Ik kan je zeggen: echt happy was hij hier niet mee maar een zwangere vrouw haar wil is wet en dus zaten we om 4u30 in de auto richting spoed.

“Éénmaal aangekomen op spoed ging de rollercoaster pas echt van start. De pijn was ondertussen al zo erg dat ik amper nog kon blijven zitten.”

Toen er een half uur later nog steeds weinig weeënactiviteit werd geregistreerd, kon ik op weinig begrip rekenen van de verpleegkundigen. Pas na lang aandringen, mocht ik toch langsgaan bij de assistent-gynaecoloog. Ondertussen zat ik ineen gehurkt aan haar bureau maar opnieuw was er niets of amper 1cm ontsluiting te zien.

“Pas bij het nemen van een wisser waarbij er vruchtwater werd gedetecteerd gingen er alarmbellen af en werd mijn buikgevoel bevestigd: er was wel degelijk iets mis.”

Met een zwangerschap van amper 29 weken en 4 dagen moest ik me letterlijk neerleggen bij het feit dat ik de nog resterende 10 weken in een ziekenhuisbed moest doorbrengen. Ik kreeg weëenremmers toegediend en een ambulance ging me in de vroege ochtend naar het AZ Sint-Jan in Brugge brengen.

Die rit leek echt eeuwen te duren. Ongemakkelijk zat ik op de brancard te wriemelen. Tevergeefs probeerde ik de hulpverlener – die wel een extra dokter had mee gevraagd maar niet had mee gekregen- niet nog meer ongerust te maken. Eénmaal aangekomen in Brugge was het in eerste instantie ‘business ass usual’: coronatest, wachten, intakegesprek, wachten. Tot ik echt niet meer kon wachten en smeekte om hulp. Een beetje kribbig werd de dokter erbij gehaald en dan was het plots alle hens aan dek. Met 9cm ontsluiting was er echt geen andere optie meer dan te bevallen. Niets, nada, noppes platte rust, geen tijd meer voor de epidurale: de baby kwam nu!

“Vlug werd ik de verloskamer ingerold. Terwijl de dokters zich in hun coronapak hesen, kreeg mijn vriend een snelle briefing over de overlevingskansen van onze baby. Achteraf gezien was dit echt een zeer traumatische ervaring voor hem.”

Ik was me van geen kwaad bewust. Ik zat helemaal in mezelf gekeerd. Na amper een half uur persen werd om 8u onze zoon Eben geboren. Vakkundig opgevangen door maar liefst 7 zorgkundigen en snel weggerold in een bedje voor de eerste zorgen. Wisten wij veel wat er ons nog te wachten stond. Dit was ons eerste kind. Mijn vriend had dat zijn eerste schreeuwtje gehoord en wij waren net trotse ouders geworden!

DIE EERSTE UREN…

Mijn lichaam was nog aan het bekomen van die enorme krachtslag die het net had geleverd. Papa was nog aan het bekomen van de shock. Want wat was er zonet allemaal gebeurd ? De vroedvrouw vulde rustig alle nodige documenten in. Pas toen ze mij zag bibberen en beven kwam de menselijkheid terug en besloot ze om ons te trakteren op een heerlijke kop koffie. Het was de eerste koffie ooit, die mij zo ongelofelijk veel deugd had gedaan.

“Al drong de realiteit met elke slok die ik nam meer en meer tot me door. Mijn gevoel van overwinning maakte plaats voor ongerustheid.”

Hoe verder de klok tikte, hoe ongemakkelijker we ons voelden. We vroegen ons echt af hoe het met onze kleine schat ging. Telkens we ons die vraag stelden, werd er opnieuw gebeld naar de dokters om ons gerust te stellen: hij deed het gelukkig heel goed.

Al kregen we jou voorlopig nog niet te zien en dus gingen we maar verder met de orde van dag. De familie werd opgebeld om hen het heuglijke nieuws te brengen dat ons ventje geboren werd, weliswaar meer dan 10 weken te vroeg.

“Verdere details en eerste foto moesten we hen schuldig blijven. Een schaduw gleed over ons geluk.”

De uren verstreken en we begonnen dan maar vanalles te regelen en te plannen: van doopsuikers tot de eerste kleertjes. We zaten toen echt op onze roze wolk. Tot jij plots de kamer werd binnen gerold. Daar was je dan: ons kleine ventje! En daar waren toen ook meteen de eerste tranen. Alles voelde zo dubbel.

“Wat was ik trots op onze zoon maar toen ik al die kabeltjes, buisjes, infusen en zuurstofmasker zag, maakte ik mij voor het eerst ook echt grote zorgen om jou. Alles zou toch wel goed komen?”

Voorzichtig werden we terug met onze beide voeten stevig op de grond gezet. Die doopsuikers en die eerste kleertjes, dat ging toch zeker nog een aantal weken duren vooraleer we die gingen nodig hebben. En zo kwam de realiteit plots keihard binnen.

“Met een harde smak donderde ik van mijn roze wolk af. Nog een aantal weken? Ons ventje deed het toch goed?”

Ik had toen echt nog helemaal geen idee van wat er ons nog allemaal te wachten stond. En achteraf gezien, misschien maar goed ook. Want mocht je al op voorhand weten, dan zie je het misschien al niet meer zitten terwijl alles dan nog moet beginnen. Die eerste weken zijn echt zo onbeschrijfelijk hard. Maar als het over je kind gaat, dan heb je als ouder geen andere keuze dan over te schakelen op overlevingsmodus en verder te gaan op automatische piloot.

DIE EERSTE DAGEN…

Ik had net mijn kamer op de materniteit gekregen. Helemaal op het einde van de gang. Zo hoefde ik niet geconfronteerd te worden met alle babygeluiden van mama’s die hun kindje wel bij zich op de kamer hadden.

“Jij krijg jouw plaatsje toegewezen op de NICU. Ik zie er ons nog heel ongemakkelijk bij staan. De verpleging legde ons uit dat we er ook echt jouw plekje mochten van maken. Maar bij ons drong het nog steeds niet door.”

Voor ons was dit een gewone ziekenhuisafdeling. Wisten wij veel hoeveel uren we hier de komende weken nog gingen spenderen. Wisten wij veel hoe vertrouwd die plek en alle artsen en verpleegkundigen nog gingen aanvoelen voor ons.

“Van een beleefde eerste dankjewel maakten zij de rit met ons mee van het leren verversen via die eerste pamper naar ons eerste huid-op-huidcontact. Van mijn tranen toen ik zelf naar huis mocht en mijn kleine schat moest achterlaten tot het helpen met het aanleggen van mijn kleine man tijdens die eerste pogingen tot borstvoeding. Het eerste huid-op-huidcontact met mijn baby is iets wat mij voor altijd zal bij blijven. Ons kindje voor de eerste keer mogen vasthouden. Magisch maar tegelijk ook beangstigend.”

Want wat voor een kersverse ouder met een voldragen baby al een uitdaging is, is dat voor een prematuurmama of -papa des te meer. Want hoe moet je die baby nu gaan vasthouden? Je wilt echt niet verstrengeld geraken in al die kabeltjes en buisjes. En dat kleine lijfje was zodanig mini dat het net paste onder papa’s handpalm.

Die schermpjes en parameters, die hadden wij constant in de gaten. We leerden termen en alarmen interpreteren die geen enkele kersverse zou moeten kennen. Maar daar sta je op dat moment niet bij stil. Je gaat jezelf helemaal wegcijferen en aan de kant schuiven voor de zorg van je kind. Je bent al zo onzeker. Je wereld is wankel en je doet er alles aan om zelf recht te blijven.

Elke nacht belden we om 4u op om te weten hoe het met je ging. En telkens kregen we hetzelfde antwoord: ‘Je deed het zo flink.’ En zo kregen we elke dag meer en meer hoop op een spoedige thuiskomst en een ‘normaal’ gezin.

DIE EERSTE WEKEN

Dat waren er met veel ups and downs. Als kersverse ouder ben je nu éénmaal onzeker en als prematuurmama zijn die zorgen nog zoveel groter. Mocht ik op een zonnige dag wel een wandeling gaan maken terwijl mijn baby in het ziekenhuis lag? En waren die huid-op- huidmomenten wel lang genoeg om voldoende te hechten met mijn kind? Of waren die momenten net te lang en te vermoeiend voor hem en moest ik gaan inperken? Belde ik wel genoeg of ging ik wel voldoende langs bij mijn kind? Of moest ik hem net meer rust gunnen zodat hij sneller kon aansterken?

“De kleinste opmerking kon mijn wereld doen instorten. Zo was er die ene vroedvrouw die vond dat mama te veel buidelde en papa net te weinig. Of die vriendin op de materniteit die ’s nachts ook naar haar kindje ging terwijl ik sliep. En dan was er nog het pijnlijke besef dat de verpleging mijn kind beter kent en hem vaker ziet en verzorgt dan ikezelf.”

Waarom moest mijn kind zo vechten voor elke ademhaling? Iets wat gewoon een evidentie zou moeten zijn. Tranen met tuiten huilde ik.

Al kan de kleinste vordering van je kind je ook helemaal terug doen opleven. Het gaf mij bakken energie. De kracht van zo’n klein manneke is op dat moment echt onbeschrijflijk.

“Hoe meer de weken verstreken, hoe meer de vermoeidheid toe sloeg. Vaak waren we al een uur bezig met het leren dringen uit een flesje van amper 20cc. Als we dan noodgedwongen moesten stoppen van de verpleging om de sonde opnieuw haar werk te laten doen, voelde dit voor ons echt aan als falen.”

Onbegrijpelijk toch. Zeker als je weet dat onze zoon vandaag 210cc drinkt in amper 10 minuten tijd.

2 maanden lang, 8 weken aan een stuk in het ziekenhuis verblijven. Je kan je dat echt niet voorstellen. We zagen de winter overgaan in de lente. De wereld draaide gewoon door terwijl onze wereld stil stond.

“We zagen alle steun en begrip waar we in het begin zo hard op konden rekenen meer en meer afnemen.”

Zo kregen we de opmerking dat het toch jammer was dat onze familie die eerste periode helemaal had moeten missen. En was er die dokter die zei dat het nu toch ook niet zo erg was om nog tot na het weekend te moeten wachten op de testresultaten van onze zoon. Die 2 dagen extra gingen nu toch ook het verschil niet meer maken?

Tja, bepaalde zaken krijg je gewoon niet uitgelegd. Hoe kon het dat een kind van 2kg500 na weken in het ziekenhuis nog steeds niet mee mocht naar huis? Terwijl er baby’s geboren worden met hetzelfde gewicht die na 3 dagen al thuis zijn. Of hoe kan het dat jij geen kracht kan putten uit het zoveelste verhaal van dat prematuurtje van een kennis van de buurvrouw die nu al zo’n flinke tiener is?

En ohja, waarom neem jij je kind al mee naar huis terwijl het nog aan de monitor ligt? Want ja, dat alarm was er inderdaad nog. In onze ogen waren dit slechts nog 3 extra kabeltjes. Voor ons was dit gewoon normaal maar voor onze omgeving was dit erg confronterend.

EN DAN WAREN WE THUIS

“Vanaf dat moment moet je het plots helemaal alleen zien te redden. Weg uit jullie veilig cocon en zonder de hulp en en de ondersteuning van het ziekenhuispersoneel.”

Als ouder van een extreem prematuur word je sowieso al extra opgevolgd en zo word je meteen ook weer gerustgesteld op de momenten waarop de angst en de twijfels opnieuw de bovenhand nemen. En dat is soms ook echt wel nodig want die extra zorgen, die blijven. Zo vertelde er mij iemand dat elk prematuurtje wel iets overhoud aan die couveuseperiode. En dat je het niet altijd onmiddellijk ziet maar dat het vroeg of laat wel komt bovendrijven onder de vorm van leer- of gedragsstoornissen. Dergelijke verhalen wil je op dat moment echt niet horen en ik weigerde dan ook resoluut om ze te geloven.

“Helaas werd er later bij onze kleine man een motorische stoornis onder vorm van diplegie vastgesteld. Toen sloeg de schrik mij echt om het hart: zou die persoon dan toch gelijk hebben? En zo draait de zorgenmolen voortdurend verder.”

“Iets waar je wel rekening mee moet houden en waar ik je ook echt voor wil waarschuwen is de mentale klap die sowieso nog volgt.”

Weet gewoon dat die weken of soms zelfs maanden van angst, onzekerheid, bezorgdheid en onwetendheid ooit terug komen bovendrijven. En dat is ook echt niet meer dan normaal. Na de ontlading van eindelijk naar huis te mogen, vinden je hoofd en je lichaam precies toch niet de rust waar ze nu zo naar snakken. En bovendien zijn er ook nog een hoop emoties die je ergens toch nog een plaats moet geven.

“En dan begint er een nieuw proces: dat van verwerken.”

Dat het een trauma blijft, een wonde die door een plotselinge gebeurtenis helemaal opnieuw opengereten kan worden, staat buiten kijf.

En als ik je dan toch nog een tip mag meegeven: probeer dat hele proces van verwerken vooral ook samen als koppel te doen. Want op het einde van de rit is dit toch wel hetgeen waar jullie samen naar toe gewerkt hebben: samen met jullie kleine held een mooi en gelukkig gezin vormen!

Vergelijkbare berichten