10 dingen die je niet zegt tegen ouders van een prematuur

1. “Wat fijn dat je de laatste 10 weken zwangerschap niet hoeft mee te maken. Dat zijn namelijk de zwaarste weken…..”

Heb je dat nu echt hardop gezegd? Inderdaad wat is dat prettig zeg, dat we daar zelf niet hebben bij stil gestaan. De situatie waar we nu en in de aankomende weken – misschien maanden – inzitten is echt veel beter. Onze kleine superheld elke dag keihard voor zijn leven zien vechten. Ons eigen kind zelfs niet mogen aanraken en hem enkel kunnen bewonderen via het luik van zijn glazen huisje. Zie maar op foto hoe geweldig wij het nu hebben in het ziekenhuis.

2. Na de ontvangst van zijn allereerste foto:” Moh, hoe schattig en ze ziet er zelfs al bijna normaal uit. Je ziet er bijna niets aan.”

Eerst en vooral: ze heeft er vanaf dag één normaal uit gezien. En ten tweede: je hebt het wel over ONS kind.

3. “Ohneen, wat is er mis gegaan?”

Oh, wat lief dat je dat vraagt. Dat spookt namelijk ook bijna elk uur dat we bij zijn couveuse zitten door ons hoofd. We hebben al zo’n ontzettend groot schuldgevoel. Wat fijn dat je ons daar nog eens extra aan herinnert.

4. “Wat leuk dat je als ouder wel altijd bij je kind mag”

Ja, inderdaad. Ontzettend leuk. Echt een feestje op een afdeling waar zich bijna elke dag een noodsituatie voor doet met een hartmassage, huilende ouders in een ruimte vol wanhoop en paniek. Elke 3 uur kolven, achter een gordijntje om die paar milliliters moedermelk vervolgens via een sonde door de neus van mijn kind te zien gaan.

5. “O wat erg! Gaat je kind het wel halen?”

Hier ga ik zelfs niet op reageren.

6. “Een infectie”? Ach, die van mij zijn ook heel vaak verkouden. Is goed voor de weerstand, worden ze alleen maar sterker van…”

Wat? Zelfs de kleinste infectie kan nu fataal zijn. Waarom denk je dat mijn handen er zo uit zien. Dat komt omdat ik elke dag 120.000 keer mijn handen moet ontsmetten.

7. “Amai, wat een gedoe…. Nemen jullie nog wel een tweede denk je?”

Wij konden al niet normaal zwanger worden. Na jaren proberen zijn we noodgedwongen moeten overstappen op IVF/ICSI. Toen we – na 2 miskramen – eindelijk zwanger waren, werd ons meisje ook nog eens te vroeg geboren.  En toch hebben we het er allemaal voor over gehad. Onze kleine superheld gaat het gewoon redden. Denk je nu echt dat we nu al zitten te denken aan een tweede? We gaan al blij zijn als onze eerste er straks nog is.

8. “Gaat ze die achterstand nog wel inhalen?”

Even in mijn glazen bol kijken… Wisten jullie op voorhand wanneer jullie kind ging beginnen kruipen, stappen of praten? Wel, wij dus ook niet.

9. “Sterkte, we weten wat jullie nu doormaken…”

Euh nee, dat weten jullie niet. Je weet het niet simpelweg omdat je hier nu niet bij de couveuse zit te kijken naar je eigen kind. Jouw kind die zo ziek is dat hij in coma wordt gehouden om hem de zoveelste infectie te laten overwinnen. Waarbij er net een cardioloog langs geweest om te zeggen, dat er een kans is op een hartprobleem. Het zoveelste infuus is zojuist gesprongen en er zijn geen goede adertjes meer om een nieuwe te prikken. Zijn drain bij zijn hersenen werkt niet goed.

Sterker nog. Dat weet niemand. Elke rollercoaster is anders.

10. “Wow, wat jullie doen is echt knap. Ik zou dat echt niet kunnen!”

Wat een onzin! Als dit jouw kind zou zijn geweest, zou je er ook alles aan doen om hem beter te maken. Ik had ook niet verwacht dat ik dit zou kunnen. We doen het gewoon omdat we gewoonweg geen andere keuze hebben.  

We hebben nood aan begrip, steun en positieve energie om ons hier door te kunnen slepen. En weet je echt niet wat te zeggen: zeg dat dan gewoon. Geef ons de tijd en de ruimte om bij ons kind te kunnen zijn door boodschappen te doen, een extra portie eten klaar te maken, op te passen, het gras af te rijden, enz. Kortom: al die dingen waar we nu zelf gewoon niet aan toe komen. We zitten namelijk elke dag van ’s morgens tot ’s avonds bij een couveuse en dat is de enige plek waar we willen zijn nu.

En als onze kleine superheld straks eindelijk naar huis mag. Onthoud dan: ook dan is alle gevaar nog lang niet geweken en blijft onze zorgenmolen verder malen. Dus gewoon je handen wassen en niet zeggen “Hij is nu toch thuis? Dus alles is nu toch goed….”