fbpx
Mijn naam is Rune

Mijn naam is Rune, ik werd op 7 januari 2019 heel plots en onverwacht
geboren.

Ik had maar net de grens van levensvatbaarheid bereikt, niemand had dit zien aankomen, zelfs de gynaecologen niet. Om 6u ‘s morgens voelde mijn mama lichte buikkrampen, om 8u kwam de gynaecoloog en had ze nog 1cm baarmoederhals. Mama moest naar het UZA gebracht worden, want de kans was reëel dat ze voor 34 weken zou bevallen en dan kon ze best in het UZA zijn. De dokter vroeg haar of ze wilde dat ze alles op alles zetten om mij te redden als ik te vroeg geboren zou worden, want op dit moment zaten we nog in de grijze zone. Mama vroeg of ze papa even mocht bellen, maar daar kreeg ze geen tijd voor. Mijn moedige mama besliste dus alleen dat ze alles op alles wou zetten om mij te redden! Toen de ambulance van het UZA toekwam werd het heel onrustig in de kamer. De gynaecoloog van het UZA en van AZ Sint Maarten Mechelen discussieerden over welke medicatie mama al gekregen had. Ze vonden ook geen baarmoederhals meer. De gynaecoloog van het UZA zei dat mama niet meer in de ambulance mocht, waarop de gynaecoloog van Mechelen redelijk in paniek antwoordde:

maar wij kunnen hier zo’n kleintjes niet opvangen

De gynaecoloog van het UZA zei dat het beter was dat mama in Mechelen zou bevallen dan in de ambulance en dat ze de neonatologen van het UZA ging opbellen om te komen. Een alerte vroedvrouw onderbrak de discussiërende gynaecologen en zei “zullen we naar het verloskwartier gaan”. Op dat moment begonnen ze te racen met mama haar bed. In de gang brak haar water, een vroedvrouw sprong voor een klapdeur zodat mama haar bed door kon, er was onrust in de gang, er werd geroepen om te weten welk verloskwartier vrij was, de eerste deur die we probeerden niet, dan toch een vrij verloskwartier gevonden. Mama haar bed was net binnengeduwd in het verloskwartier en floep: ik werd geboren om 10u33. De gynaecoloog van AZ Sint Maarten pakte mij aan en liep direct met mij weg terwijl ze riep “warm houden, warm houden”. Mama besefte op dat moment niet wat er allemaal gebeurde, ze was vooral blij dat de pijn gestopt was. Een vroedvrouw vroeg haar of ze al een naam gekozen had. Mama antwoordde “ja”. Waarop de vroedvrouw zei: “Mag ik hem weten?”. Mama besefte nog niet goed dat iedereen nu plots de naam van haar zoontje mocht weten. “Rune” zei ze. Niet veel later kwam papa toe. Hij was op een werf in Leuven en kon niet tijdig in het ziekenhuis geraken. Vlak voordat mama en papa weggingen mochten ze mij eventjes komen ‘bewonderen’ van de neonatoloog van het UZA, die was ongeveer een kwartier na mijn geboorte toegekomen. De lieve ambulancier dacht eraan om een foto te nemen van mij, zo hebben mama en papa toch een geboortefoto (ook al was het er één waar ik precies in een diepvrieszakje zit).

 

 

Mama werd met de ambulance naar het UZA gebracht. Ik bleef achter in Mechelen met de neonatologen.

Eens in het UZA werd mama haar aandacht afgeleid doordat ze moest beginnen kolven. Het was geen simpele klus, in het begin kreeg ze amper een druppeltje moedermelk. Het was teamwerk van mama en papa. Mama probeerde de melk uit haar borsten te masseren en papa moest de druppel(s) opvangen. Elke druppel was goud waard! Deze moedermelk moest ervoor zorgen dat ik goed zou aansterken. Tijdens de eerste kolfbeurt kregen mama en papa te horen dat ik in het UZA was toegekomen. Ze kwamen me direct bezoeken. De neonatologen waren in mijn box. Ze gaven uitleg aan mama en papa. Ze hadden mij in slaap gebracht in Mechelen en hadden me geïntubeerd, niet omdat ik niet zelfstandig kon ademen, maar wel omdat ik longrijping nodig had die nu rechtstreeks in mijn longen werd gebracht. Mama had maar 2u voor mijn geboorte een eerste longrijpingsspuit gekregen en vooraleer zo’n spuit effect heeft duurt dat 48u. Tegen middernacht werd het buisje al uit mijn longen verwijderd en tegen de volgende ochtend had ik enkel nog CPAP ondersteuning.

De eerste dagen verbleven mama en papa nog op materniteit, 1 verdiep boven mijn couveuse. Het was heel druk. Ze kregen veel uitleg van dokters en verpleging, ze moesten beslissen of ze mij wilden laten deelnemen aan een studie om de ductus actief te sluiten, mama moest kolven, tussendoor ontvingen ze nog bezoek. Mama was zelfs ‘s nachts bezig met informatieboekjes te lezen. Zo las ze in 1 van de boekjes “Ik ben nog heel klein, en misschien ben je bang om mij aan te raken. Maar ik ben ook maar plots op de wereld gekomen en het enige dat voor mij vertrouwd is, zijn jullie! Raak me alstublieft aan!”. Door dat te lezen kon mama de knop omdraaien, ik was niet meer klein en ik had haar nodig. Vanaf het begin besloot ze niet bang te zijn en voor mij te zorgen. Papa had meer schrik, want hij is een timmerman en is gewoon om met stevige materialen te werken en ik was zo broos en klein. Maar mama overtuigde hem, dat het zo belangrijk was voor mijn ontwikkeling en onze band. Papa luisterde naar mama en ook hij zorgde van in het begin goed voor mij.

Na 3 dagen moesten mama en papa de materniteit verlaten. Ze moesten zoeken naar een nieuw ritme. De verpleging had tegen mama gezegd dat ze ook tijd voor zichzelf moest nemen, want het zou nog zwaar worden en lang duren.

Mama bedacht een plannetje. ’s Morgens zou ze met de fiets naar mij komen, in de namiddag naar huis om eens te joggen of met een vriendin af te spreken en te koken voor papa en dan ’s avonds nog eens met papa na zijn werk met de auto mij een bezoekje brengen. Maar als je kindje op de neonatologie ligt dan kan je niks plannen. Dat werd al snel duidelijk. De dag dat mama materniteit verliet gingen mama en papa naar de huisarts. Papa had pijnlijke uitslag en dat bleek zona te zijn. Nadat papa eerst mijn geboorte al miste mocht hij mij niet meer bezoeken tot alle blaasjes korstjes hadden. Mama zat van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat bij mij en papa was thuis. Moeke bracht mama naar het ziekenhuis en bleef wachten in de wachtzaal. Ze durfde niet meekomen naar mijn couveuse omdat ze bang was om mij ziek te maken. Toen mama 5 dagen de materniteit verlaten had sneeuwde het. Moeke zei tegen mama dat ze vandaag maar niet hoefde te kangoeroeën, (= huid op huid contact) want als het begon te sneeuwen zouden we direct vertrekken. Maar ik deed veel alarmen die dag en mama kon het niet over haar hart krijgen om weg te gaan. Dus stuurde ze moeke naar huis en zou papa haar wel komen halen ’s avonds. Die dag bleven mama en papa laat in het ziekenhuis, want het ging niet goed met mij (veel alarmen). Zo kwamen ze in contact met een verpleger die enkel in de nacht werkte. Hij vertelde hun over studies in Zweden die aantoonden dat hoe meer je kindje mag kangoeroeën, hoe sneller je kindje het ziekenhuis mag verlaten, hoe minder complicaties je kindje zal hebben,… Maw hoe meer tijd je nu in hem steekt, daar zal je later de vruchten van plukken.

De verpleging hun handelingen zijn niet leuk voor je kindje, ze trekken bloed, ze geven prikkels,… De couveuse stinkt, maakt lawaai, is vreemd. De enige manier voor je kindje om z’n batterijen op te laden is door bij jullie te mogen liggen. Kangoeroeën is dus zoals je smartphone in het stopcontact steken. Hij vertelde ook aan mama dat ze mocht blijven slapen. Op die dag besliste mama dat ze wilde blijven slapen en dat ze zoveel zou kangoeroeën als ze kon. Uiteindelijk bleef mama de rest van de tijd (13 weken) dag en nacht bij mij. Als ze eens wegging was dat om boodschappen te doen en de koelkast voor papa te vullen. Want papa verbouwde ondertussen ook nog ons huis na zijn werk. Ook al kan je niet plannen als je kindje op neonatologie ligt, toch bleef mama plannetjes verzinnen. Ze lukten zeker niet direct, maar ze bleef proberen. Zo was 1 van mama haar plannetjes om mij ’s nachts op haar te laten slapen in de zetel. Ze knoopte mij dan vast in haar trui en legde een borstvoedings-kussen rond ons. ’s Nachts moest mama niet kolven en zo kon ik van 23u tot 7.30u bij mama liggen, zalig! In het begin lukte het niet en het gebeurde een keer dat mama in het midden van de nacht gewekt werd omdat ik zo’n diep alarm deed dat ze me moesten reanimeren op haar schoot (neopuff). Maar mama bleef volhouden en op de duur kon ik het. Wekenlang heb ik elke nacht op mama geslapen. De verpleging zei dat ze konden zien aan mijn trend wanneer ik op mama of papa lag. Ik mocht zelfs vervroegd uit mijn couveuse naar een verwarmd bedje. De verpleegsters zeiden al lachend ‘Rune heeft een verwarmd bedje in zijn box, maar hij ligt er nooit in want hij ligt altijd bij zijn mama’.

Maar de dag waarop ik een verwarmd bedje in mijn box kreeg was wel een grote dag. Het was de dag waarop ik voor het eerst kleertjes mocht aan doen.

Mijn giraffen body van vzw kleine held paste zo mooi en was zo gemakkelijk om aan te doen dat ik niet teveel prikkels kreeg. Ook de mooie vlaggetjes schitterden aan de deur van mijn box. Het dekentje, knuffeldoekjes,… nam ik pas thuis in gebruik want dit mocht mama nog niet gebruiken in het UZA. Toen ik oud genoeg was (= 34 weken) en aan de borst leerde drinken moest ik van mama terug in mijn bedje slapen (ondertussen niet meer verwarmd, want ik kon mijn temperatuur toen al stabiel houden). Als ik op mama sliep was het namelijk zo gezellig dat ik niet wakker werd om aan de borst te drinken. In mijn bedje was er een grotere kans dat ik wakker werd om te drinken. Maar vele maanden later kunnen mijn ouders concluderen dat ik nooit een goede nachtdrinker werd. Ik wou altijd maar slapen en drinken ging moeilijk. Alles moesten mama en papa uit de kast halen om mij wakker te houden zodat ik dronk.

Uiteindelijk mocht ik op 12 april naar huis. Ik ging met een sonde naar huis en uiteraard ook nog een monitor. De eerste dagen verliepen goed, maar na 5 dagen crashte mama.

De vroedvrouw en de verpleging hadden haar gewaarschuwd, ze zou de weerbots van de lange zware periode in het ziekenhuis krijgen. Ze hadden jammer genoeg gelijk. Het wegvallen van de verpleging in het UZA, ook al deed mama al wekenlang alles alleen, terechtkomen in een huis dat nog in volle verbouwing was, een monitor die plots te pas en te onpas alarmen geeft terwijl er in het UZA al weken geen alarmen meer waren, de stress van de sonde (mij eerst aan de borst laten drinken, dan schatten hoeveel ik gedronken had en dan de rest via de sonde geven),… De sondevoeding gaf mama stress. Ze wilde me niet teveel melk bijgeven via de sonde want dan zou ik tegen de volgende voeding niet willen drinken, ze wilde ook niet te weinig geven van dan val ik af. Het gaf haar enorm veel stress en ze sloeg in paniek. Ze durfde niet meer voor mij zorgen, ook al deed ze dat super goed. Ze was bang dat ze geen goede mama was, dat ik ziek zou worden, dat het niet goed ging komen met de alarmen (want waarom waren er plots weer alarmen?),… Grootouders lang beide kanten kwamen bijspringen. Nonkel Stijn en nonkel Tim kwamen helpen met de verbouwing. Alles werd geprobeerd om mama terug rustig te krijgen. Maar de lange periode in het UZA eiste zijn tol. Mama zakte verder en verder weg. Ze werd eerst een week opgenomen op de PAAZ afdeling van Mechelen. Daar bleef ze maar een weekje want ze voelde zich er helemaal niet thuis. Ze probeerde thuis verder haar plan te trekken en naar de psycholoog te gaan. Maar dat was niet voldoende. Mama dacht dat het nooit meer goed zou komen, dat anderen beter voor
mij konden zorgen dan zij, dat ze er beter niet meer zou zijn. Papa zag het eerst niet zitten dat mama samen met mij terug weg zou gaan, hij had ons al zolang moeten missen. Maar toen hij zag hoe slecht het met mama ging besefte hij dat er geen andere keuze was. En zo werd er beslist om mama en mij te laten opnemen in de moeder baby afdeling van Zoersel. Mama vond het daar maar niks. Ze snapte niet hoe ze daar ooit beter zou worden. De verpleging bleef maar herhalen dat tijd, rust en psychotherapie ervoor zouden zorgen dat ze herstelde. Ze hadden er al zoveel mama’s gezien, zelfs mama’s die er slechter aan toe waren dan mijn mama en ja al die mama’s herstelden. Mama dacht dat zij de eerste mama zou zijn die niet zou herstellen. De ochtenden waren verschrikkelijk. Mama geraakte niet uit bed. Ze duwde soms op het belletje en dan kwam een verpleging helpen om op te staan. Het was overleven, van dag tot dag. Volhouden, tijd nemen,… Ik bleef moeilijk drinken en sliep heel veel. Mama was bang dat ik zou afvallen en terug een sonde nodig had en dat ik niet normaal zou ontwikkelen.

Halfweg juli was ik eindelijk een beetje meer wakker. Ik begon wat te spelen en te lachen. Ik mocht groenten beginnen eten en na een paar dagen at ik al een volledige portie op. Groentjes eten ging veel vlotter dan melk drinken, ik viel niet meer in slaap. Snel volgde ook fruitpap. Ook die at ik direct helemaal op. In dezelfde periode moest ik in het centrum voor ontwikkelingsstoornissen tonen wat ik al kon (COS van het UZA). Ik deed het super goed en kon alles wat een baby’tje van 3 maanden (= gecorrigeerde leeftijd, dwz tellen vanaf mijn uitgerekende datum) zou moeten kunnen. Mama beurde op. Eindelijk kreeg ze bevestiging dat ik het goed deed. Ik at goed, speelde en was vrolijk. De psychiater had ook door dat mama de lat steeds veel te hoog legde. Elk weekend probeerde ze om ons huis opgeruimd te krijgen. Maar dat was een veel te groot werk. Hij raadde haar aan eens een haalbaar doel te stellen. Dat probeerde ze en het lukte!

Sinds eind juli ging het steeds beter en beter met mama. De verpleging en psychiater zeiden dat ze nog wat in Zoersel moest blijven, zodat ze zeker sterk genoeg was voor ze naar huis ging. 23 augustus was het dan zover, mama en ik gingen definitief terug naar huis uit Zoersel. Mama had aan de verpleging en psychiater beloofd dat ze in september nog thuis zou blijven en vanaf oktober wou mama terug gaan werken. De eerste twee weken thuis was mama heel moe. Ze sliep zowel in de voormiddag als in de namiddag een stuk met mij mee. Na twee weken verdween de vermoeidheid en was mijn mama terug zichzelf. Ze kon weer heel de dag bezig zijn en doen waar ze zin in had. Ze genoot ervan om te koken met groentjes die papa uit de tuin geoogst had. Met diezelfde groentjes maakt ze verse groentepapjes voor mij, die ik met veel plezier naar binnen smikkelde. Ik sliep goed, lachte veel, speelde flink, een echte droombaby werd ik!

Begin oktober begon mama terug te werken. 9 maanden is ze thuis geweest. Wat heeft ze hard uitgekeken naar die dag! En wat een warm welkom was het! Mama haar lieve collega’s hadden ballonnen en vlaggetjes aan haar bureau gehangen. Er was een survival welcome back pakket en ze kreeg heeeel veel warme knuffels! Mama haar lieve collega’s hadden haar gemist. Ze volgden op de voet de blog die mama schreef terwijl ze in het UZA woonde en waren allemaal zo trots op haar. Het deed mij plezier mijn mama zo gelukkig te zien. Ik werd opgevangen bij moeke, papa,… want ik mag pas vanaf april naar de crèche. Maar overal werd ik in de watten gelegd.

Op 14 oktober sloeg het noodlot toe.

Mama en papa gingen uit elkaar. Ze hebben elk op hun manier mijn extreme vroeggeboorte beleefd. Ze zijn elkaar verloren en ondanks gesprekken bij een relatietherapeut, samen leuke dingen doen,… lukte het niet om elkaar terug te vinden. Ik hoop dat ze de mooie herinneringen samen in hun achterhoofd houden zodat ze in mijn belang nog overeen kunnen komen. Ik heb twee prachtige ouders, die alles voor mij gedaan hebben. Ik hoop dat ze allebei apart gelukkig zullen worden.

Lieve mama en papa, ik zie jullie graag!

Rune