fbpx
Rouw en geluk gingen hand in hand

Rouw en geluk gingen hand in hand

In maart 2018 kregen we te horen dat ik onvruchtbaar was. Ik wilde geen medische mallemolen ingaan dus we zouden kinderloos blijven.

In Augustus 2018 werd ik plots heel ziek. Ik was zwanger! In het begin kon ik me niet hechten. Ik was zo bang ons boontje (bijnaam van het baby’tje in mijn buik) te verliezen. Tot de eerste echo. Ik hoorde de hartslag en was verkocht. Ik zei nog dat het wel 2 kindjes leken maar de vroedvrouw vertelde iets over een zakje dat nog zou verdwijnen. Ik ging naar huis met een supergoed gevoel. Dit was echt een wonder! Al was ik nog steeds enorm ziek. We telden echt af naar de 12 weken. Ik hoopte dat het ziek zijn dan zou minderen. Dat draaide anders uit. De gynaecoloog werd heel serieus en vroeg me of ik me snel kon uitkleden voor een vaginale echo. Ik en mijn man keken elkaar aan. Ik dacht echt: ‘We zijn boontje kwijt’. Ik zag een hoofdje, lijfje en een bolletje. De gynaecoloog vroeg of ik het zag. Ik dacht een gezwel of iets dergelijks. En toen zei hij, het zijn er 2! Oh mijn God! Wij waren zo blij! Al werd die vreugde al snel de kop in gedrukt. Ik was zwanger van een MCMA-tweeling. Zeldzaam en er waren veel risico’s aan verbonden. Om die reden zouden we opgevolgd worden in Leuven.

Op 14 weken konden we daar terecht. Ze bevestigde dat het inderdaad een MCMA-tweeling was en dat het jongetjes waren. Ik was zo overtuigd dat het meisjes zouden zijn. Echt mijn kindjes wisten al heel goed hoe ze ons konden verassen! Kort na die leuke mededeling legde ze haar hand op mijn been. Een rilling ging over mijn rug. Er is iets mis met het hartje van 1 van de jongens. De grond verdween onder mijn voeten. Ik vroeg: ‘Wat dan?’ Ze waren nog te klein om het te kunnen zeggen. We moesten nog een maand wachten. Die maand was één van de langste maanden uit mijn leven.

De ochtend van het ‘verdict’ stapten we in de wagen. Op Q-music kwam Niels Destadsbader voor het eerst op de radio met het nummer ‘Vlinders in haar buik’. Ik had een maand lang in ontkenning geleefd. Dit was een teken.

Het was niet goed. Dat werd die dag ook bevestigd. De vraag was niet meer of Arthur zou sterven maar wanneer. Gebeurde dat in mijn buik? Zou Viktor ook sterven?

Arthur stierf vlak voor de 20 weken zwangerschap. Met een laser brandden ze de navelstreng van Arthur door zodat er geen ‘slechte’ stoffen van ‘het overleden kindje’ naar het ‘gezonde kindje’ konden gaan. De weken daarna moest ik wekelijks op controle. Viktor deed het echt super goed. Ik kon ook elke keer Arthur even zien. Ik zag hem veranderen. Doordat Viktor groeide duwde hij Arthur in onnatuurlijke houdingen. Arthur begon wat te misvormen. Dat deed pijn maar tegelijk gaf het me ook rust dat ik hem nog kon wiegen met elke stap die ik zette.

Op 25 weken zijn onverwachts mijn vliezen gebroken. Ik werd opgenomen op de MIC in Leuven. Op 27 weken en 3 dagen kwamen de weeën op gang. Omdat ik infectiewaarden in mijn bloed had, konden ze geen weeënremmers geven. Een dag later werd ik mama van mijn jongens. Viktor belandde met zijn 35,5cm en 1162 gram op de NICU. We wisten dat het een lange weg zou worden. Viktor was dan ook nog eens een ‘wat tragere prematuur’. Hij deed er wat langer over en dat was helemaal oké voor ons.

Er is namelijk maar 1 juist tempo en dat is dat van je kindje zelf. Die hele periode leefden we op automatische piloot. Thuis was ik de rouwende mama van Arthur en in Leuven was ik de mama van Viktor.

Na 14 lange weken kwam Viktor naar huis. Toen begon het pas echt. Op één plek mama zijn van Viktor en van Arthur. Rouw en geluk gingen hand in hand. Dat was en is echt heel moeilijk. Ze zijn dan ook een identieke tweeling. Dan is dat soms heel confronterend. Ik kreeg het steeds moeilijker en zocht hulp (die krijg ik vandaag trouwens nog steeds). Voor anderen is het al bijna 21 maanden geleden dat ik ben bevallen. Voor ons is het nog maar 21 maanden geleden.

Pas bij thuiskomst werd duidelijk hoe hard de periode op NICU erin gehakt had. De constante angst, soms badend in het zweet wakker worden en naar de deur staren. Verwachten dat een verpleegster binnenkomt met slecht nieuws, om dan te beseffen dat we 2020 zijn en dat Viktor rustig naast me ligt te slapen. De kleinste geluiden kunnen de angst triggeren. Dan grijpt die me echt naar de keel. We lieten dit jaar ventilatiesystemen plaatsen. Ze geven hetzelfde geluid als de ventilatie in het ziekenhuis. De eerste weken waren een hel. Dat geluid zorgde voor de ene nachtmerrie na de andere. Soms zit ik naast Viktor terwijl hij slaapt. Dan kijk ik naar zijn ademhaling. Ik wil zeker zijn dat hij niet weer vergeet te ademen. Voor anderen klinkt dat absurd maar voor ons is dit de harde realiteit na een lange weg op de NICU. Het hakt er nu eenmaal in als ze je kind van je schoot afhalen, met meerdere verpleegkundigen en dokters hem bij proberen krijgen omdat hij niet meer wil ademen en gewone stimulatie niet meer hielp. Het hakt erin om elke dag naar huis te moeten gaan, niet wetende of je die nacht telefoon krijgt met slecht nieuws. Het hakt erin je zoontje te laten cremeren terwijl zijn tweelingbroertje vecht om te overleven. Het hakte er allemaal diep in.

Ik ben hier eerlijk over en vertel ons verhaal zo vaak mogelijk. Want ja, wij kregen al heel wat oordelen en verwijten van mensen die onwetende zijn. Als hij thuis is, is hij normaal toch? Dat woord normaal alleen al.. Wat de toekomst ook nog mag brengen: autisme, ADHD leerstoornissen,.. Voor ons is en blijft hij perfect. Hij is onze held. Je hoeft echt niet groot te zijn om beresterk te zijn. Dat liet hij ons meermaals zien. En die angst is er nog altijd, maar de trots is nog groter!