fbpx
Ons zoontje Vince

Graag deel ik ons verhaal. 

Ons zoontje Vince Wilmsen werd in maart 2013 geboren op 26 weken en 5 dagen met een lengte van 37cm en een gewicht van 780 gram. 2 grotere zussen (6 en 9jaar) die uitkeken naar zijn geboorte. Hij heeft 15 weken in Leuven gelegen, omringd met de beste zorgen waarvoor onze eeuwige dank.

Handjes wassen, kijken door een glazen kastje, toeters en bellen horen en zien, broer niet mogen aanraken, een mama die continue ( soms zelfs ‘s nachts) in het ziekenhuis was,… De meisjes hadden het zich anders voorgesteld. Bovendien was Vince getroffen door een hersenbloeding graad 3 a 4. Zijn overlevingskansen waren klein. Er werd besloten om een foto te nemen met onze trouwringen voor op zijn rouwkaart.

Gelukkig vocht hij terug en konden we hem na 15 weken meenemen naar huis. Was zijn toekomst erg onzeker. Motorische beperking en aangepast onderwijs zouden heel reëel zijn.

Zelf had ik de tijd en ruimte om in het ziekenhuis aanwezig te zijn. Papa moest echter snel terug gaan werken. Dit zou zich later nog wreken.

Bij thuiskomst was ik blij dat ik een verpleegkundige opleiding had genoten. Net die medische achtergrond gaf me meer zelfzekerheid, al wist ik wat de mogelijke gevolgen konden zijn.

Beiden schakelden we over op de overlevingsmodus, iets wat we al vanaf zijn geboorte gedaan hadden. Gaan en blijven gaan.

We starten met grote verbouwingen, maakten af en toe ruzie en die sporadische ruzies stapelden zich steeds verder op. Vince werd als kleine broer extra aangemoedigd en als er iets niet ging, zou het ongetwijfeld nog wel komen omdat hij extra tijd kreeg.

Slecht slapen, slecht eten, onhandig, angstig, druk, chaotisch. Allemaal kenmerken die al snel naar boven kwamen. Op zijn 4 jaar kreeg hij uiteindelijk dan ook de diagnose DCD. Deze werd recentelijk nog aangevuld met ADHD en ASS.

Vanuit onze omgeving kregen we dikwijls te horen dat het allemaal wel goed zou komen. Ik heb soms het gevoel dat er onbewust geminimaliseerd werd terwijl het voor ons echt zwaar is om te dragen. Ik heb Vince geen 9 maand kunnen dragen. Hierdoor heeft hij extra geleden en moet hij nu nog elke dag vechten. Ik heb het gevoel dat ik gefaald heb als mama en als vrouw.

Toen was het zwaar maar ook nu nog als ik zie hoe hard Vince moet vechten om zichzelf te mogen zijn. Als ik zie hoeveel verdriet de zussen hadden en soms nog hebben door zijn vroeggeboorte. Als ik zie dat mijn man met een depressie gekampt heeft omdat hij nergens terecht kon omdat iedereen zei: “Het komt goed, blijf erin geloven”. Hierdoor heeft hij nooit over zijn angsten kunnen spreken met zijn omgeving. Al heeft zijn omgeving het zeker ook niet slecht bedoeld.

Ik voel me gefaald omdat we door onze eigen verwerking elkaar een tijd gemist hebben in onze relatie en er hierdoor extra ruzie was.

Ik voel me moe omdat mensen nog steeds zeggen “Als je ziet van waar hij komt”.

Ik voel me boos als mensen zeggen “Je ziet er niets meer aan”.

Ik voel me gefrustreerd als mensen hem vergelijken met andere kindjes.

Ik voel trots als ik zie waar hij nu staat.

Ik voel me geliefd als hij in mijn ogen kijkt en zegt “Jij bent mijn liefste mama, ik hou van jou”.

Ondertussen hebben wij als mama en papa elkaar terug gevonden. We zijn als koppel door een diep dal gegaan met de nodige littekens.

Het feit dat Vince nog altijd bij ons is en zijn onvoorwaardelijke liefde geven ons de kracht om door te gaan. Bij zijn geboorte was het zwaar maar nu is het zeker niet minder zwaar geworden. De angst voor later, zijn dagelijks gevecht in de maatschappij, zijn zoektocht naar zijn unieke ik, zijn wekelijkse afspraken bij de kinesist en de logo, het starten met g-sport, enz.

Als ik naar hem kijk, naar zijn puurheid, naar zijn liefde. Dan weet ik: “Hij is diegene die me maakt tot wie ik vandaag ben en wie ik wil zijn, een super trotse mama, een sterkere vrouw”.