fbpx
Bruna’s geboorteverhaal

8 januari 2019, de 32e verjaardag van mijn man, Thomas. Een mooier cadeau dan dat van dit jaar had ik hem niet kunnen geven, we kregen namelijk net die dag bevestiging van de huisarts dat ik zwanger was van ons eerste kindje. Wat een jaar zou 2019 worden! We waren nog volop aan het bouwen aan ons nieuwe huis, zouden begin juli verhuizen, waarna we de zomer zouden hebben om alles in orde te maken voor de komst van dat kleine wondertje, ergens half september.

De eerste maanden van de zwangerschap verliepen redelijk moeizaam. Ik was enorm ziek, kon niks binnenhouden en bij de gedachte aan eten begon ik al te kokhalzen. Gelukkig had ik een man in huis die kon koken, en werd de strijk tijdelijk overgenomen door de poetsvrouw. Na 4 maanden was de misselijkheid over en ook snel vergeten, en aangezien de controles bij de gynaecoloog steevast positief waren, konden we eindelijk beginnen te genieten van die zwangerschap!

24 weken zwanger, vanaf nu is ons kindje levensvatbaar. We durven eindelijk echt beginnen te dromen van een leven met ons drietjes. Deze week word ik tevens op consultatie verwacht bij de vroedvrouw voor de suikertest. Ik heb het met haar over vroeggeboorte en wat er zou gebeuren als ik binnen de kortste keren zou moeten bevallen. Welke keuzes zouden we moeten maken? Welke kansen hebben deze kindjes? Kan het kindje opgevangen worden in Mol? Maar dit gesprek wordt al snel afgewend tot

‘daar moet je je absoluut geen zorgen over maken, hoor. De kans dat dit gebeurt is zo klein, en bovendien verloopt de zwangerschap op dit moment perfect’.

Het leek wel alsof ik op de ene of andere manier diep vanbinnen voelde dat ik me op de komende situatie moest voorbereiden. Binnen 6 weken zouden we uit ons appartementje moeten en we hadden daarom en verhuisfirma geregeld op 5 juli. Om alles in het nieuwe huis in orde te krijgen, zijn er aan de verhuis nog enkele stresserende maanden vooraf gegaan. Om toch een laatste keer in de zon te genieten van ‘ons met twee’, hadden we na lang twijfelen besloten om een lang weekend naar Alicante te trekken in mei, en oh wat had ons dit goed gedaan! De zon op onze gezichtjes, een drankje op het terras en samen gezellig iets gaan eten ’s avonds. We keken uit naar de lange zomer die nog voor ons lag, waarbij we nog meerdere van deze momenten tegemoet gingen, voordat ons meisje geboren zou worden.

28 weken zwanger. Een nieuwe consultatie bij de gynaecoloog. We keken enorm uit naar de echo, want dit was alweer 8 weken geleden. We wilden weten hoe hard ons meisje gegroeid was en haar nog eens live zien bewegen op beeld. Voor de consultatie werd ik zoals altijd gewogen, werd mijn bloeddruk gemeten en werd er een urinestaal geanalyseerd. Ik was op 4 weken tijd 4 kg aangekomen. Ergens had ik dit wel voelen aankomen want een heleboel vocht had zich opgestapeld in mijn benen, voeten, handen en gezicht. Ik kreeg mijn trouwring en schoenen niet meer aan en ging vanaf nu door het leven op sandalen J. Ook mijn bloeddruk was voor het eerst aan de hoge kant, maar niks alarmerend want de waarden van mijn urine waren in orde. Ons meisje was ook heel goed gegroeid, maar was toch iets kleiner dan gemiddeld. De combinatie van symptomen deed alarmbelletjes rinkelen bij de gynaecoloog, het zou hier wel eens om een vroeg stadium van zwangerschapsvergiftiging kunnen gaan. Ze gaf ons het advies om dagelijks mijn bloeddruk op te volgen, en meteen contact op te nemen met de vroedvrouw als deze te hoog was. Wow… dit nieuws kwam hard aan. Ik herinner me de autorit naar huis nog. De stilte die er eerst hing, die overging in tranen, twijfel en ongeloof. De zwangerschap ging zo goed en nu kregen we ineens uit het niets dit nieuws. Hier waren we totaal niet op voorbereid. Zowel mijn man als ik waren enorm aangedaan. Zwangerschapsvergiftiging.. We hadden nooit durven denken dat ons dit zou overkomen. Tijdens die eerstvolgende nacht hebben we beide wakker gelegen en ook de volgende dag op het werk was voor ons beide alles behalve productief. We konden niet anders dan denken ‘wat als..’. Intussen gingen de dagen met een stabiele bloeddruk, die nog steeds aan de hoge kant was, voorbij. De emoties ebden stillaan weg en de gedachte dat het allemaal wel niks geweest zal zijn deed de gemoederen bedaren.

 

29 weken en 1 dag zwanger. Vrijdag 28 juni. ’s Morgens heb ik een raar gevoel aan mijn maag. De misselijkheid van in het begin van mijn zwangerschap leek terug naar boven te komen. Het leek alsof er een blok op mijn maag lag. Ik nam mijn bloeddruk, zoals ik steevast deed ’s morgens, en zag dat deze licht verhoogd was. In paniek roep ik Thomas en samen probeerden we de vroedvrouw te bereiken. Er was op dit uur nog niemand aanwezig. We besluiten dat Thomas naar het werk vertrekt, ik wacht nog even af en bel om 8uur de vroedvrouw opnieuw. Ze raadt me aan om langs te komen, ‘zo kan voor de zekerheid alles gecontroleerd worden maar het ziet er op het eerste zicht niet alarmerend uit’. Thomas vertrekt naar zijn werk en ik breng mijn werkgever op de hoogte dat ik wat later zal komen die dag.

In het ziekenhuis wordt er een urinestaal afgenomen, ik word opnieuw gewogen en nadien aan de monitor gehangen. De harttonen van ons meisje zijn klaar en duidelijk. Met haar blijkt alles in orde te zijn. Oef! Mijn bloeddruk wordt ook gemonitord, om de 5 minuten, gedurende een uur. Hieruit blijkt dat deze inderdaad redelijk hoog is, maar er worden geen eiwitten in mijn urine gevonden. Na overleg met de gynaecoloog wordt er voor de zekerheid ook nog een bloedstaal afgenomen. De resultaten zouden in de loop van de namiddag binnen zijn. Ik zou enkel opgebeld worden wanneer de resultaten zorgwekkend zijn. Intussen is de voormiddag halfweg en wordt de pijn aan mijn maag erger. Ik heb moeite met een goede houding te vinden. De gynaecoloog schrijft medicatie voor om maagzuur af te remmen en een briefje om die dag thuis te blijven van het werk.

14h in de namiddag. Mijn telefoon gaat, een nummer dat ik niet ken. Ik neem op en het blijkt het ziekenhuis te zijn. Uit de bloedanalyse blijkt dat mijn bloedwaarden lichtjes afwijkend zijn, maar niets om ons grote zorgen over te maken. Voor de zekerheid wordt er gevraagd dat we zowel op zaterdag als op zondag nog even terug komen voor extra controles. Hoewel de gynaecoloog me aan de telefoon probeert gerust te stellen, springen de tranen in mijn ogen. Wat als? Al huilend bel ik Thomas op die meteen naar huis komt van het werk. Samen zijn we aangedaan, want eerlijk gezegd, we gingen ervan uit dat we geen telefoontje zouden krijgen van de gynaecoloog. In de avond gaat de pijn aan mijn maag liggen en genieten we van een leuke BBQ in de zon met goede vrienden.

29 weken en 2 dagen zwanger. Het is zaterdag, we gaan op controle op de materniteit omdat er op gynaecologie niemand aanwezig is in het weekend. Ik word opnieuw aan de monitor gehangen, er wordt een bloedstaal en een urinestaal genomen.

De harttonen van ons meisje zijn opnieuw duidelijk te horen en zijn helemaal prima.

Wat een opluchting! Mijn bloeddruk blijft aan de hoge kant, maar geen achteruitgang ten opzichte van vrijdag en de pijn aan mijn maag is ook weg gebleven. De gynaecoloog van wacht komt langs met de resultaten van de bloedtest, de infectiewaarden zijn constant gebleven, hierdoor zouden ze graag op zondag een echo nemen van mijn buik om te kijken of er iets aan de hand is met mijn maag of lever. Hiervoor moet ik op zondag nuchter binnen komen. De angst dat we hier te maken hebben met zwangerschapsvergiftiging blijft. We hadden gehoopt vandaag uitsluitsel te krijgen.

29 weken en 3 dagen zwanger. Zondag opnieuw op controle op de materniteit. Zelfde monitor, opnieuw een bloedstaal, urinestaal en deze keer ook een echo van de buik. Op zondag lijkt het opeens alsof alle grijze wolken weg trekken. Op de echo is niets abnormaal te zien. Mijn bloedwaarden zijn terug gestabiliseerd, ons meisje doet het goed en de bloeddruk blijft stabiel. Conclusie: ik heb een kleine infectie op mijn maag gedaan, maar verder niets ernstig aan de hand. Het is wel belangrijk dat ik goed rust en krijg daarom ziekteverlof tot en met woensdag. Op woensdag moet ik opnieuw op controle komen voor de zekerheid. De opluchting die op dat moment door ons heen ging kan ik niet beschrijven! De gedachte ‘wat als?’ was helemaal afgewend naar een ‘oef’ we gaan september toch wel halen. Thomas bleef wel erg bezorgd om mij en liet me beloven dat ik thuis zou rusten en me niet zou bezig houden met de verhuis. Erg moeilijk voor een bezige bij als mij, maar de gezondheid van ons kleine meisje gaat voor!

29 weken en 4 dagen zwanger. Op maandag voel ik de sluipende pijn in mijn maag terugkeren. De pijn wordt in de loop van de dag erger maar ik kan hem onderdrukken met dafalgan. Ik blijf de maagzuurremmers nemen in de hoop dat de pijn terug weg gaat.

29 weken en 5 dagen zwanger. De pijn aan mijn maag houdt aan en lijkt steeds erger te worden. ’s Avonds zijn we uitgenodigd bij mijn schoonouders om te gaan eten. Het is een prachtige dag en we kunnen zalig in de tuin eten. De pijn aan mijn maag wordt intussen zo erg en ik krijg hem niet meer onderdrukt met een dafalgan. Ik begin te denken aan een maagzweer. Ik heb moeite met een goede houding te vinden en begin maar wat rond te lopen. Ook mijn schoonouders merken op dat ik onrustig ben en dat het moeilijk gaat. Ik denk nog steeds dat het wel over zal gaan. We gaan naar huis en kruipen in bed maar ik doe geen oog dicht. Om 2u ’s nachts is de pijn ondraaglijk geworden. Ik maak Thomas wakker en zeg hem dat we naar de spoed moeten gaan. Ik voel me op dit moment enorm schuldig omdat Thomas maar enkele uurtjes slaap had gehad en volgende dag zou moeten gaan werken. Hij stelt me zoals altijd gerust en probeert me te kalmeren. Eens in het ziekenhuis worden we meteen doorverwezen naar de materniteit. Mijn eerste gedacht: ‘er is niets mis met mijn baby, ik heb enorme pijn aan mijn maag, jullie sturen me naar de verkeerde dokter!’. Maar eens boven ondergaan we opnieuw de routine van onderzoeken: ik word aan de monitor gehangen, er wordt een urinestaal en een bloedstaal afgenomen. Mijn bloeddruk is erg verhoogd en er zitten eiwitten in mijn urine! De wereld zakt stukje bij beetje onder mijn voeten weg. Onze gynaecoloog wordt gebeld en komt ons de resultaten van de bloedtest meedelen. Ik heb pre-eclampsie én HELLP-syndroom, een meer zeldzame vorm van de zwangerschapsvergiftiging waarbij mijn lever wordt aangetast en waarbij mijn rode bloedplaatjes worden afgebroken. De pijn die ik voelde aan mijn maag was eigenlijk pijn aan mijn lever. Bij HELLP komen en gaan de aanvallen, maar ze worden steeds erger in pijn en de frequentie wordt ook steeds hoger. Alle puzzelstukjes vielen opeens in elkaar. De gynaecoloog dient meteen longrijping toe want een bevalling kan zich snel opdringen. Ik zie de angst in Thomas zijn ogen, en ook bij mij komen er 101 vragen op. Ik herinner me goed dat Thomas vroeg of het een kwestie van enkele weken zou zijn? Maar hierop antwoordt de gynaecoloog erg overtuigd dat het maximaal enkele dagen zal zijn en dat we hopelijk nog 48 uur kunnen volhouden om zo de longrijping optimaal zijn werk te laten doen. Ik begin te huilen en kan niet geloven dat ons dit overkomt.

Zoals de vroedvrouw me eerder al verteld had, kunnen ze in Mol zo’n kleine baby’tjes niet opvangen dus we moesten kiezen of we naar Genk of Leuven zouden gaan om te bevallen. We kiezen voor Genk omdat het traject van thuis naar daar net iets minder filegevoelig is. We zouden weken aan een stuk elke dag op en af moeten gaan pendelen tussen Ham en Genk, maar dat dringt op dit moment nog niet tot ons door. Onderweg naar Genk passeren we nog snel langs thuis om wat toiletgerief en slaapspullen op te pikken, maar toch hopen we diep vanbinnen dat dit een foute diagnose is en dat ze ons in Genk iets anders zullen vertellen. In het midden van de nacht komen we aan op de spoed in Genk. Ik word naar de MIC (Maternal Intensive Care) gebracht waar we bezoek krijgen van de assistent gynaecologie. Opnieuw dezelfde routine heir: er wordt een urinestaal en een bloedstaal genomen en ik word opnieuw aan de monitor gehangen. Intussen lijkt de pijn aan mijn lever af te nemen en kan ik opnieuw op adem komen tot de assistent binnenkomt met het onwerkelijke nieuws dat ze de diagnose van Mol bevestigt. Woensdag op donderdag nacht zal ik opnieuw longrijping krijgen en vrijdag zal de bevalling ingeleid worden.

Slik. Stilte. Tranen.

Hier waren we absoluut niet op voorbereid, we worden er beide stil van, weten totaal niet wat te verwachten en hadden ook geen flauw idee wat de kansen voor ons meisje zouden zijn als ze nu ter wereld kwam. Die nacht doen we beide geen oog meer dicht. We beslissen dat ons dochtertje Bruna zal heten.

29 weken en 6 dagen zwanger. Woensdag. In de voormiddag komt de neonatoloog langs. Ze stelt ons gerust dat ons meisje het goed zal doen, dat er heel wat kindjes van 30 weken zijn die al zelfstandig kunnen ademen. We zijn op de een of andere manier gerustgesteld en willen maar al te graag geloven wat de neonatoloog ons vertelt. We stellen dus ook geen verdere vragen. Diep vanbinnen weet ik echter dat er meer aan de hand is dan dit, dat de situatie erger is dan ‘alles komt goed’, want normaal gezien blijft een baby 10 weken langer in het veilige nestje van mama’s buik zitten om zo verder te groeien en ontwikkelen. Ik kan het mentaal niet aan om verder na te denken over de situatie en stort me op de organisatie van de verhuis die op vrijdag zal plaatsvinden. De verhuisfirma ligt vast en we moeten het appartement verlaten omdat de verkoop bij de notaris komt op maandag. De kopers willen niet schuiven en tot overmaat van ramp moet de notaris dus ook nog langs komen op de MIC om mij een volmacht te laten tekenen voor de verkoop. Ouders worden opgetrommeld, schuiven in hun planningen op het werk en met de opvang van kleinkinderen om te komen helpen met inpakken en met de uiteindelijke verhuis. Thomas hangt ergens tussen de verhuis en de MIC, probeert voor iedereen goed te doen. Ik heb hem nooit anders gekend. Tussendoor ontvang ik ook nog bezoek op de MIC, de volgorde, personen, gesprekken zijn wazig, ik herinner me er niet veel meer van. Het lijkt alsof ik dit verhaal niet meemaak, alsof het één grote nachtmerrie is.

30 weken zwanger! Donderdag. Joepie we hebben de kaap van 30 weken gehaald, ook de verpleging is enthousiast. Vandaag wordt er een ballonnetje gestoken om mijn baarmoederhals in te korten. We gaan voor een natuurlijke bevalling, mede omdat de HELLP mijn bloedplaatjes afbreekt. Hierdoor stolt mijn bloed minder makkelijk, en zou een keizersnede een groter risico vormen. Doorheen de dag voel ik een soort van pijnlijk gevoel in mijn onderbuik, het lijken mijn maandstonden, maar dan erger. Ik begin ook terug een helse pijn te voelen aan mijn lever. De pijn is met gemak te onderscheiden van de weeën. Ik heb in het verleden erg veel last gehad van migraine, maar die pijn vervalt in het niets in vergelijking met de pijn die ik nu aan mijn lever voel. Bezoek komt en gaat, ik kan moeilijk mensen om me heen verdragen, ben misschien soms wat kortaf. Het vergaat me van de pijn. Gesprekken vergaan in het niets, ik kan me er op dit moment niets meer van herinneren. De hele periode lijkt één grote witte waas. Tegen de avond wordt de pijn ondraaglijk. De vroedvrouw raadt me aan om een bad te nemen, Thomas komt mee om me te helpen. Het warme water geeft even verlichting maar de pijn gaat niet weg. Op de MIC denken ze dat ik in arbeid ben. HELL NO! Ik had nog nooit eerder gevoeld hoe arbeid is, maar dit was geen arbeid! Dit was een nieuwe HELLP aanval! De pijn is zo ondraaglijk dat ik mezelf door het raam kan gooien, mijn hoofd tegen de muur kan kloppen. Ik word enorm kwaad op de vroedvrouw, al was ze één van de meest zorgzame personen die ooit ben tegen gekomen (zoals alle vroedvrouwen op de MIC in Genk trouwens, over hen alleen maar positieve woorden!). Ik schreeuw voor een pijnstiller, maar krijg niets anders dan dafalgan, die uiteraard niets helpt. Er wordt opnieuw een bloedstaal genomen en ondertussen word ik naar het verloskwartier gebracht. Daar moeten we nog een uur wachten op de resultaten van de bloedname. Hieruit blijkt uiteindelijk dat ik inderdaad een serieuze HELLP aanval aan het doen ben. Mijn bloedplaatjes zijn intussen zo ver gezakt dat het bijna niet meer mogelijk is om een epidurale verdoving te krijgen, mijn enige hoop op pijnstilling op dit moment. De anesthesist van wacht wordt erbij gehaald. Het zou kunnen dat een epidurale verdoving de pijn van de HELLP intoomt, maar omdat mijn lever zo hoog zit door mijn baarmoeder, zou het ook kunnen dat deze buiten de verdoofde zone valt. Als ik beslis om voor een epidurale te gaan, moet het nu gebeuren want als de bloedplaatjes nog meer zakken is het te laat. Ze zouden bovendien wachten met de bevalling in te leiden tot ’s morgens. Ik moest daar dus nog een hele nacht liggen, met deze pijn? Onmogelijk! Om 23u wordt de epidurale dan eindelijk gestoken. Na een half uur voel ik verlichting. De pijn was niet volledig weg, maar was draaglijk geworden. Hoe ik die nacht ben doorgekomen herinner ik me nog vaag. Om de 20 minuutjes op het knopje duwen voor extra epidurale en tussendoor een beetje proberen te slapen. Thomas wijkt geen seconde van mijn zijde. ’s Morgens worden mijn vliezen gebroken, krijg ik nog 2 zakjes plasma om mijn bloedplaatjes aan te vullen en een zakje bloed. Iets later voel ik een enorme druk om te duwen. Blijkbaar werd er toen een heel leger aan mensen bij elkaar geroepen want opeens ging het wel heel snel: neonatoloog, gynaecoloog, assistent neonatologie, assistent gynaecologie, een aantal vroedvrouwen. Ik herinner me niemand, geen gezichten. Na 2 keer duwen wordt Bruna geboren om 11.29u. Ze wordt in een plastic zak gestoken meteen na de geboorte waarna ze even onder mij wordt gehouden. Dan wordt ze onderzocht op de tafel achteraan het verloskwartier. Thomas kan alles volgen. Aan mij gaat dit alles volledig voorbij. Ik lijk nog steeds in die roes te zitten, kan me niets herinneren, enkel dat ik moest duwen. Ik kan me zelfs de bemoedigende woorden van Thomas niet herinneren. Even later krijg ik Bruna 2 minuutjes bij me. Dit is het enige moment wat in mijn geheugen gegrift staat. 2 minuten zalig samen knuffelen, wij twee. Ze ligt op mijn borst, ik kan haar amper zien, het enige wat ik op dat moment weet is dat ze best wel klein lijkt. Ze wordt weggenomen en naar de NICU gebracht. Thomas gaat mee met haar. Ik blijf alleen achter, maar lijk dat op dat moment niet te beseffen. Ik leef nog steeds in een waas, heb geen besef van de tijd.

Na de middag word ik naar de kamer gebracht. Ik kan even bekomen en wil daarna naar Bruna. Omwille van de lage bloedplaatjes kan de epidurale niet verwijderd worden uit mijn rug. Bovendien heb ik een blaassonde om mijn urine op te volgen en krijg ik nog magnesium via een infuus. In de namiddag word ik in een rolstoel naar de NICU gebracht. Mijn eerste kennismaking met de afdeling, ik wist dat er iets bestond zoals een couveuse afdeling, maar van NICU had ik nooit eerder gehoord. Intens. Bruna ligt in een veel te grote couveuse voor haar kleine lijfje van 1.360kg, en ze is helemaal alleen. Haar hele lijfje bedekt met kabeltjes. Sensors op haar borst om haar ademhaling en hartslag te monitoren. Een sensor aan haar lies voor haar temperatuur, eentje aan haar kleine voetje voor haar saturatie. Haar gezichtje is bedenkt met de buisjes van de intubatie, want ja, Bruna was één van de baby’tjes die op 30 weken nog niet zelfstandig kan ademen. Verder zit er door haar neusje een sonde om moedermelk te kunnen geven. De andere voedingsstoffen krijgt ze via een diepe katheter in haar arm. Ik ben erg aangedaan, moet mijn tranen verbijten. Hoe erg dat zo’n klein meisje zo hard moet vechten om het leven geschonken te krijgen. Ik keek rond mij, en vroeg me af hoe de ouders van de andere kindjes, die in de weer waren met het verversen van pampertjes, temperatuur meten of kangoeroeën, zich zo sterk konden houden. Ik word terug naar de kamer gebracht maar voel me nog steeds enorm ziek. Ik moet ervoor zorgen dat ik terug aansterk, pas daarna zal ik een goede mama voor Bruna kunnen zijn.

Op zaterdag heb ik dan ook veel gerust. Ik vond het verschrikkelijk dat Bruna zo ver weg was, maar wist dat ze in goede handen was. Ik begin wel met kolven, om ervoor te zorgen dat Bruna wat kan aansterken door de moedermelk. Ik krijg een warm gevoel omdat ik weet dat ik haar hierdoor heel erg kan helpen, ook al kan ik op dit moment niet zoveel bij haar zijn. In de loop van de dag komt de pijn aan mijn lever terug. De pijn wordt opnieuw ondraaglijk. Ik krijg pijnstilling maar die lijkt niet te helpen. Zondag wordt een dag vol onderzoeken, echo’s, scans, bezoekjes van de assistent abdominale heelkunde, anesthesie en gynaecologie. Samen proberen ze de puzzel op te lossen. Ik voel me die dag zo slecht, dat ik enkel maar een kort momentje op bezoek kan gaan bij Bruna. Die dag ben ik bezig met vechten voor mijn eigen leven. Er wordt gestart met een ander type pijnstilling, die de pijn gelukkig onder controle krijgt. ’s Avonds gaat de pijn liggen en maandag voel ik me al een stuk beter. De bloednames geven ondertussen ook aan dat mijn bloedplaatjes terug stijgen. Mijn blaassonde mag weg en de epidurale kan verwijderd worden. Maandag voelt aan als mijn eerste echte dag met ‘ons 3’. Ik kan verschillende keren naar Bruna gaan, haar aanraken, een pampertje verversen. Toch blijf ik het moeilijk hebben als ik haar daar zo hulpeloos in de couveuse zie liggen. Ik moet steeds mijn tranen bedwingen. ’s Avonds ben ik samen met Thomas bij Bruna. De verpleegster die die dag voor Bruna zorgt, stelt voor om de eerste keer te kangoeroeën. We hadden niet verwacht dat dit zo snel zou kunnen. Ik heb bang om zo’n klein mensje vast te houden, het lijkt alsof ik haar in duizend stukjes zou kunnen breken. Maar het gevoel van haar op mijn borst te hebben, terug bij mama, de warmte, de kleine bewegingen. Het voelt zo vertrouwd en zalig. Op dat moment voelde ik me voor het eerst echt mama. Ik zou er alles aan doen om ervoor te zorgen dat ze hier zonder kleerscheuren uit komt. Maar langs de andere kant begon ik me ook zo schuldig te voelen. Het was de schuld van mijn lichaam dat Bruna daar nu zo moederziel alleen in die couveuse moest liggen, dat ze 10 weken van mama’s warmte had gemist. Ik begon te walgen van mijn eigen lichaam, begon stillaan te beseffen wat er de voorbije week gebeurd was en kon mezelf bijna niet aankijken in de spiegel.

 

Hoe kon ik ooit nog vol overgave van iemand houden, als ik niet eens van mezelf hield? De eerste echte huilbui was een feit.

Dinsdag kreeg ik het nieuws dat ik naar huis mocht. Het ging een pak beter met me, maar toch kwam dit nieuws heel erg onverwacht en snel. Het besef dat ik moest vertrekken en Bruna zou moeten achterlaten in het ziekenhuis begon door te sijpelen. De autorit naar huis was een drama. Ik was zo blij dat Thomas reed en dat ik enkel maar naast hem moest zitten. Ik kon niet anders dan huilen. Ik was met een volle buik naar het ziekenhuis gegaan. Nu waren we met een lege buik en een lege achterbank naar huis aan het rijden. Het brak mijn hart in honderdduizend stukjes, ik voelde me zo leeg vanbinnen. Het idee dat we een autorit van meer dan een half uur voor de boeg hadden in het geval er iets zou mis lopen op de NICU, maakte me helemaal wild. Ik had zoveel angsten, schrik dat ze het niet zou halen en dat ik haar laatste momentjes niet zou kunnen meemaken.

De komende weken werden de huilbuien in de rit naar huis een routine. Eens thuis zouden we gaan slapen, om dan weer op te staan en als het aan mij lag zo snel mogelijk opnieuw naar Genk te vertrekken. We gingen in automatische piloot. Ik zorgde niet voor mezelf, dacht niet aan eten, had bovendien ook geen honger. Hier begon het duidelijk te worden dat Thomas en ik de gebeurtenissen heel anders verwerkten. Thomas was erg realistisch. Wat gebeurd is, is gebeurd, en kunnen we niet veranderen. Nu moeten we vooruit kijken en doen wat nodig is om Bruna erbovenop te krijgen. Maar ik had tijd nodig om terug te blikken, om verdriet te hebben over het feit dat Bruna eigenlijk nog in mijn buik moest zitten, maar dat we nu beide moederziel alleen de nachten moesten doorbrengen. Zij op de NICU, ik in dat bed in ons nieuwe huis, 45 km verwijderd van elkaar.

Tijdens die weken kregen we ook regelmatig bezoek op de NICU. Onze ouders, zussen en beste vrienden staken ons een hart onder de riem. Ze hielpen ook met de huishoudelijke taken en bezorgden ons op tijd en stond overlevingspakketten vol met lekkers. Iedereen in onze omgeving leefde mee, had goede raad en troostende woorden. Maar zo voelde ik dit niet aan, opmerkingen als ‘het komt wel goed’, ‘ze heeft 10 vingers en 10 tenen, zie ze daar liggen ze is helemaal af’, ‘proficiat met de geboorte, en nu genieten maar’, ‘ach, die zorgen zullen blijven tot ze groot is hoor, mijn dochter zit nu ook vaak te huilen omdat ze nog geen boekentas heeft voor het nieuwe schooljaar’ of ‘het had allemaal veel erger gekund’ waren zo goed bedoeld maar kwamen zo fout binnen. Ja, de zorgen zullen blijven, maar niets is te vergelijken met weken door brengen op de NICU. We weten bovendien niet of het goed komt, Bruna had een bloeding in de hersenen bij de geboorte en de cyste die er nu zat zou een enorme impact kunnen hebben op haar motoriek, genieten was onmogelijk met die onzekerheid. En ik zag op de NICU ook dat het wel erger kon, en dat Bruna het uiteindelijk erg goed deed voor haar situatie, maar die opmerkingen gaven me het gevoel dat ik niet het recht had om triest te zijn over alles wat er gebeurde en gebeurd was. Vanbinnen ging ik kapot, vanbuiten probeerde ik me sterk te houden.

Intussen deed Bruna het erg goed, na enkele dagen beademing was ze over gegaan naar CPAP. Na ongeveer een weekje had ze het maskertje uit irritatie zelf van haar gezichtje geduwd en was ze niet te troosten. Er werd beslist om haar een kans te geven zonder CPAP. Met succes, want Bruna had nooit nog hulp nodig bij het ademen. Wat was ik trots op haar, ze is een echte vechter met karakter! Van wie zou ze dat hebben? Ze deed ook bijna nooit alarmen en kwam erg goed bij. Alleen maar goed nieuws dus.

Tijdens onze maand op NICU stierf er een kindje aan een infectie. De verslagenheid bij die ouders ging door merg en been. De angst bij ons sloeg toe. Alles kan goed gaan op de NICU, maar dat kan van het ene op het andere moment omslaan. Alles goed ontsmetten werd omgegooid naar extreem goed ontsmetten, tot op het maniakale af. Mensen rondom ons begonnen we als een bedreiging voor Bruna te zien. Langs ons lag er een kindje dat al een zusje had. Soms kwam het zusje op bezoek terwijl Bruna uit de couveuse was om te knuffelen met mij of Thomas. Wanneer het zusje dan kwam aandraven gingen al onze alarmbelletjes rinkelen en werden we helemaal gek. Wat als ons meisje het niet zou halen door toedoen van onbekenden? Die gedachte brak ons, het maakte ons helemaal gek.

In de laatste week van juli mocht Bruna naar de N* afdeling, waar ze in een verwarmd bedje mocht liggen in plaats van in de couveuse. We mochten haar voor het eerst veel te grote kleertjes aantrekken. Wat een stap vooruit!

Maar doordat ik de voorbije weken mijn emoties moeilijk kon delen, begonnen deze op te stapelen. Thomas had nood aan sociaal contact om zijn zinnen te verzetten, terwijl ik enkel bij Bruna wou zijn. Hij wou ervoor zorgen dat ik gezond en voldoende at, maar ik zag dit enkel als tijdsverlies. Tijd waarop ik bij Bruna wou zijn, maar het niet kon. De manieren waarop we dit beide verwerkten waren zo verschillend en we raakten elkaar totaal kwijt. Ik had het gevoel dat niemand me begreep.

1 augustus. Bruna was net 34 weken geworden. Een belangrijke dag want Bruna werd overgeplaatst naar Mol. Grote vreugde voor ons, want Bruna zou korter bij huis zijn, een stapje dichter bij thuis. Bovendien was dit de dag dat Bruna voor het eerst een flesje aangeboden kreeg. Ze sabbelde aan het speentje maar dronk uiteraard niet echt veel. De rest werd via de sonde toegediend. Op deze dag kwam ook het pakketje van Kleine Held toe in Genk, mijn schoonzus had hiervoor gezorgd. Alle spulletjes raakten ons in het diepst van ons hart, maar het gedichtje dat bij de spulletjes zat gaf ons zoveel steun. Het leek volledig te verwoorden wat we op dit moment voelden. Ik voelde me voor het eerst sinds de geboorte van Bruna begrepen.

Ons ontslaggesprek in Genk zette ons wel even terug met beide voeten op de grond. Aangezien Bruna aan de beademing had geleden waren haar longen zo fragiel dat ze tot 1 mei niet naar opvang mag gaan, ze moet openbare plaatsen vermijden en mag niet in contact komen met andere kinderen of zieke mensen. Bovendien moesten we de babyborrel afzeggen om te voorkomen dat Bruna infecties zou oplopen. Haar eerste feestje zou verschoven worden naar een ongekende datum ergens ver in de toekomst. Verder waren er nog heel wat onzekerheden, zo was de cyste in haar hersenen er nog steeds. Tijdens de autorit naar Mol overviel ons een triest gevoel, het leek alsof het nu pas begon door te dringen hoe nijpend de situatie wel was, hoe ernstig Bruna er nog steeds aan toe was, ondanks de vooruitgang die ze maakte.

Eens in Mol moesten we een groot deel van de routine uit Genk achter ons laten, alles was losser, minder clean, minder strikt. We kregen de ruimte om te wennen aan het idee dat we volledig zelf voor Bruna zouden mogen zorgen. Bruna was enorm aangesterkt en de focus werd verlegd van de ademhaling op punt krijgen naar eten via het flesje in plaats van via de sonde. Die eerste dag in Mol staat dan ook in ons geheugen gegrift. Bruna werd een flesje aangeboden maar dit was slechts de tweede keer. Ze kon nog niet drinken maar het flesje werd volledig aan haar opgedrongen. We konden het niet aanzien, ons hart brak in duizenden stukjes. Wat een intens verdriet om dit te moeten zien. Alle emoties van die dag werden ons teveel. Vol wanhoop bellen we naar Genk waar we opnieuw vragen voor een overplaatsing. De neonatoloog probeert ons gerust te stellen en zegt dat we het nog enkele dagen de tijd moeten geven. Mol heeft echter een erg goede couveuse-afdeling, we moeten enkel wennen om de gedrilde routine uit Genk los te laten. Een open gesprek met de kinderarts in Mol brengt verlichting voor ons.

15 augustus, moederdag. Er hing er een gedichtje aan het bedje van Bruna. Ik was heel emotioneel. Wie had er gedacht dat ik op 15 augustus al mama zou zijn, normaal moest Bruna nog een maand in mijn buik zitten. Het besef dat ik al 6 weken mama was zonder Bruna ooit thuis langs me in de cosleeper te hebben gelegd, zonder dat ze ooit in haar eigen wiegje gelegen had, greep me naar de keel.

19 augustus, Bruna mag naar huis, na 6 weken en 4 dagen! Eindelijk. Hier hadden we zo naar uit gekeken. Ooit hadden we gedacht dat wanneer we naar huis mochten, dat heel dit duistere verhaal achter de rug zou zijn. Maar niets is minder waar, op dit moment begint het eigenlijk pas. Bruna moest thuis ook nog gemonitord worden voor wiegendood. Dit zou nog moeten tot begin november. Ze zou die hele periode nog 3 sensors op haar borst moeten dragen. Telkens als ik ze moest verwijderen en terug aanbrengen bij een badje brak mijn moederhart.

De voorbije weken op de neonatologie waren zo intens en vermoeiend geweest. Ik had geen idee hoe ik dit ooit te boven zou komen. De huilbuien waren intussen zo intens geworden, dat Thomas en ik besloten om samen in therapie te gaan. De psycholoog zou ons helpen om een ritme te vinden waarop we dit samen zouden kunnen verwerken. Twee maanden later begint het mentaal eindelijk beter met me te gaan. De gesprekken met de psycholoog hebben me zo’n deugt gedaan.

Bruna doet het ontzettend goed en is bijna van haar monitor verlost. Maar ergens, half oktober, krijgt Bruna geen hap meer door haar keel. Bij het eten krijst ze de boel bijeen, ze slaapt ’s nachts nog amper, en wij dus ook. Ik maak een afspraak bij de kinderarts en Bruna blijkt last te hebben van verborgen reflux. Ze krijgt medicatie en we moeten haar plaspampers in ’t oog houden. 4 dagen later zien we geen verbetering in haar eetpatroon. We zien dat Bruna verschrikkelijke honger heeft, maar ze krijgt geen hap binnen. Dit tot grote wanhoop van mezelf. Ik zie het al voor me dat Bruna opnieuw naar het ziekenhuis moet, ik barst uit in tranen. Aangezien Bruna begint uit te drogen wordt mijn grootste angst waarheid. Wij met 3, opnieuw in het ziekenhuis. Bruna krijgt opnieuw een maagsonde en zit momenteel opgesloten in een kamertje op de pediatrie waar rondom haar allemaal zieke kinderen zijn. We zijn terug bij af. Ik zak terug helemaal weg in dat diepe gat waar ik net was uitgekropen. Ik voel mezelf helemaal wegglijden en mijn omgeving ziet hetzelfde gebeuren. Gelukkig blijft Thomas die rots in de branding, sterk zoals altijd en neemt hij de eerste dagen in het ziekenhuis de zorg voor Bruna op zich. Na enkele dagen begint het beter te gaan met Bruna. Ze begint terug wat te drinken, de rest krijgt ze via de sonde. Intussen is er ook een nieuwe echo van haar hoofdje genomen en de cyste is verdwenen. Na een week mag ze terug mee naar huis, en dit zonder sonde. Wat een straffe madam! We zijn zo trots op haar, maar de angst dat ze zal hervallen blijft er stevig inzitten.

7 november. We moeten terug een dag binnen in Genk voor Bruna haar wiegendoodtest. Bruna wordt opnieuw aan enorm veel kabeltjes gehangen, krijgt zelfs een netje over haar hoofd. Het ziet er zo oncomfortabel uit voor haar. Ik vind het verschrikkelijk, ben hier niet op voorbereid, krijg even een paniekaanval. Bruna drinkt zo al moeilijk, en door al die kabeltjes kan ik haar nu zelfs niet in een comfortabele houding eten geven. Die hele nacht eet ze bijna niets, tot wanhoop van mezelf. Ze doorstaat de slaaptest gelukkig goed en kan haar honger stillen wanneer de kabeltjes de volgende dag verwijderd worden. De monitor mag terug gebracht worden naar Hasselt. Wat een mijlpaal! Een kabelvrije Bruna! Wat een opluchting. Het laatste zichtbare teken van de vroeggeboorte valt weg.

Ondertussen zijn we eind november. Bruna doet het prima. Ze begint terug grotere hoeveelheden te eten en leert enorm veel bij. Elke dag zien we haar wel stapjes vooruit maken. Samen met haar zet ik ook stapjes vooruit. Ik probeer terug uit dat dal te komen en voel dat het elke dag een beetje beter met me gaat. Ook Thomas en ik groeien stillaan terug korter naar elkaar toe. Samen zullen we hier sterker uit komen, want er is niemand anders waarbij we meer steun en begrip zullen vinden. Wij hebben dit samen meegemaakt en Thomas heeft mij hierdoor getrokken, hoe blind ik hier soms ook voor was. Hij heeft zijn eigen verdriet aan de kant gezet om dat van mij ruimte te geven. De kerstperiode komt eraan, een periode die we enorm koesteren. We kijken er zo naar uit om dit samen met Bruna te beleven, al weten we dat ze er op de familiefeestjes niet zal kunnen bij zijn om infecties te vermijden.

We hunkeren naar komende zomer want het lijkt wel alsof we er dit jaar geen hebben gekend. We dromen van volgende zomer want dan kan Bruna de wereld leren kennen, en de wereld haar, dan mogen we haar overal mee naartoe nemen, haar eerste feestje organiseren en kunnen we eindelijk proberen om deze donkere dagen te vergeten. Ik houd me vast aan deze vooruitzichten en probeer zo stapje per stapje te plaatsen wat een gek jaar 2019 totaal onverwacht voor ons is geweest.