fbpx
Verhaal van onze kleine held Arend

Verhaal van onze kleine held Arend

Arend is geboren op 4 augustus 2017 om 10u33 in de ochtend. Na een zwangerschap van 28 weken en 5 dagen. Gewicht en lengte bij geboorte: 1,300kg en 42cm.

Hier is zijn verhaal.

Ik pronk nog met mijn buikje dat nu goed te zien is. Ik heb net een geleende zwangerschapsbikini gepast om mee te nemen op vakantie in Spanje en heb een afspraak op donderdag met de huisarts voor haar goedkeuring op het ‘fit to fly’ document. Zo hoop ik om zonder problemen het vliegtuig op te kunnen zaterdag rond 6 maanden zwangerschap.

Van woensdag op donderdag verandert alles, harde buiken ben ik al gewoon, maar een bloeding (al zijn het slechts enkele druppels) is iets anders. Is dit erg? We weten het niet en besluiten naar spoed te gaan. Rond 0u30 komen we aan in Heilig Hart Leuven, de gynaecoloog wordt opgeroepen, ondertussen krijg ik daar nog een hevige bloeding. Ik word onderzocht en cervixverkorting wordt vastgesteld. Met de ambulance word ik naar UZ Gasthuisberg gebracht rond 2u ’s nachts, vanaf dan krijg ik een stevige bibber over mijn lichaam en verkeer ik in een soort shocktoestand, paniek. Ik kan niet begrijpen wat ze mij vragen of vertellen, ik ben er niet op voorbereid. Vanaf dan tot de epidurale verdoving op vrijdag om 9u45 en de geboorte van Arend om 10u33 is een rollercoaster:

Denken aan de longrijping van een kindje dat misschien vandaag of morgen kan komen, zo lang mogelijk willen rekken, gerustgesteld worden door de goede hardtonen van de baby, maar tegelijkertijd niet weten of ik het zelf wel zo goed aankan als de baby, zoeken naar houdingen in een bed om contracties op te vangen, belemmerd door de monitor en het infuus, niet weten wie al te bellen of wat al te doen.

Ondertussen onwerkelijke zinnen horen als ‘probeer te denken dat je dit nog 2 weken volhoudt’ ‘morgenochtend is cruciaal, die moeten we halen voor de volledige longrijping’’ ‘je buik is nog niet echt rustig’ ‘als je buik rustig is, dan verplaatsen we je naar boven’ ‘altijd zorgen dat je rechts een kussen steekt zodat je toch meer op links gaat liggen’.

En dan eindelijk horen dat het afzien erg genoeg was, het verlossende voorstel voor epidurale krijgen, boodschap erbij ‘het kan dan nog een uur duren’. Niet veel later nog eens een verlossende zin horen dat het ‘voor nu’ is. Persen en dan is hij er, Arend. Hij huilt een klein beetje, wordt in een doek gewikkeld en eventjes in mijn armen gelegd. Dan gaat hij naar een andere ruimte waar een horde artsen en verpleegkundigen klaarstaan om hem te onderzoeken. Hij wordt in een soort plastic gewikkeld en krijgt een mutsje op. De kersverse papa staat erbij en kijkt ernaar, hij legt zijn vinger in het kleine handje en voelt een knijpje terug. Een verpleegster vraagt of hij een ‘kodak’ heeft en wanneer hij negatief antwoordt, gaat ze een toestel halen en maakt wat foto’s. Er wordt naar boven gebeld: ‘Arend komt eraan, hij is goed gestart!’ De dokter vertelt verder dat Arend het heel goed doet, hij ademt zelfstandig en hij is mooi roze. Een ontzagwekkende couveuse wordt aangebracht, hier zal hij de komende weken in vertoeven! Ze gaan op weg naar boven maar niet zonder nog even bij mij langs te komen, ik ben ondertussen verzorgd en genaaid en voel de tijd zo langzaam voorbijgaan dan.

Arend voor de eerste keer in zijn aparte kamertje zien in de couveuse, zo klein en kwetsbaar. Ik ben dan nog zo overweldigd door alles, dat ik niet meteen een sterke hechting voel. Is dat mijn kindje?

Mijn ouders komen snel op bezoek, misschien te snel want het geeft me een dubbel gevoel. Het is ok voor mezelf, om hen gerust te stellen maar eigenlijk te vroeg in ‘ons’ hoofdstuk. Pas na het kangoeroeën die avond, voel ik dat ik iets deel met dit baby’tje, dat het mijn kindje is, dat ik zijn mama ben en dat ik alles voor hem zal doen. We delen een knuffelmoment en dat kan op dat moment niemand anders zeggen.

Al snel vallen de woorden melkproductie, borstvoeding, kolven, kolftoestel voor thuis. Goed, een opdracht, iets kunnen doen voor hem, ik kan iets betekenen… of toch mijn melk. De borsten zachtjes laten masseren of een hardere aanpak… kom maar op! Een druppeltje wordt opgevangen met een lepeltje en dan opgezogen. Hier ontstaat de obsessie voor elke druppel, niets verloren laten gaan. Wat op dat moment een betekenisvolle opdracht is, wordt later een berg om tegenop te zien.

Arendje, schommelpaardje, kleine vriend, vriend. Mijn baby’tje wordt aangesproken op verschillende manieren, het is even wennen maar de hele situatie is zo nieuw dat dit er snel bijhoort. Tijdens het kangoeroeën beslist Arend soms om zijn hoofdje op te heffen om naar de andere kant te kijken. Bij elke beweging vraag ik me af of hij nog wel comfortabel is.  Ik wil rust geven, maar als de alarmpjes afgaan en als hij veel ‘schommelt’ twijfel ik of ik hem wel rust breng. Een gestrekt, opgespannen lichaam of beweeglijke benen en armen zijn in het begin tekenen van onrust, we houden dan ons hand op zijn hoofdje, duwen zijn beentjes weer opgetrokken en houden zijn handjes samen op zijn borst. De eerste keren verzorging geven in de couveuse is erg spannend en laat een sterke indruk na.

Dan ineens krijgt hij voor het eerst post, in het ziekenhuis! Ik weet er al eventjes van en toch maakt mijn hart een sprongetje, van emotie en opwinding. Het is het hoogtepunt van die dag, iets om aan anderen te vertellen, het pakketje van vzw Kleine Held. Het dekentje gebruikt hij het eerst, later draagt hij ook de eerste kleertjes.

Het medisch verhaal is het verhaal van veel prematuurtjes. Met zijn geboortegewicht van 1,300 kg start hij sterk en er komen gelukkig geen complicaties. Ik lees niets en ik zoek niets op, dus ik kom alles via de uitleg van de dokters te weten. Een kleine bloeding in de hersenen en de ductus in het hart, zijn twee dingen die ze extra opvolgen. Hij krijgt eerst voeding en medicatie via infuus in de navel, scans voor het hart, de hersenen en de longen. Soms zijn bepaalde bloedwaarden niet hoog genoeg, dan krijgt hij extra bloed bij, een ‘goede steak’ wordt ons ook verteld. Hij krijgt ademhalingsondersteuning, gaat van CPAP naar easyflow en dan kan het aftellen beginnen. Nu begint het kijken naar de monitor, hoe is zijn saturatie? Af en toe krijgt hij extra zuurstof bij, maar zijn ze dan niet te snel gegaan? Hij wordt terug op 6 gezet, voor mij betekent dit terug naar start.  We naderen de leeftijd waarop hij de eerste stapjes kan zetten om te leren drinken en dan dit.

Ik moet mijn verwachting bijstellen, dat we niet begin oktober thuis zouden zijn. Het is moeilijk om te antwoorden op vragen van de omgeving over zijn verwachte thuiskomst, net omdat het zo onzeker is. Hij heeft nog een hele weg te gaan.

De laatste weken in het ziekenhuis zijn de zwaarste voor mij. Er is geen enkele dokter die nog iets kan zeggen over Arend en dat is heel positief, hij is een vrij gezonde kleine baby. Toch voel ik me erg belast, ik twijfel of we zouden aandringen om hem met een maagsonde mee naar huis te nemen en thuis te oefenen op drinken. Ik ben het ziekenhuis beu, de lange gangen aflopen, elke keer op de knop duwen om iets te vragen, kleine ergernissen op een dag. We zijn op dat moment zeer zelfstandig als ouders en kunnen een heleboel zelf, maar Arend lijkt zo weinig vooruitgang te maken in de hoeveelheden die hij drinkt aan fles of borst. Door de borstvoeding voel ik extra druk op mijn schouders, ik wil het graag goed doen, maar krijg verschillende tips, lijk niet altijd goed afgestemd op zijn ritme en ik weet het soms allemaal niet meer. We zetten door en opeens krijgen we dan toch de vraag of we rooming-in willen doen, en worden de laatste onderzoeken gepland.

We weten niet wat we kunnen verwachten thuis en we nemen contact op met Kookos (Resonans vzw) om ons eventjes te begeleiden. En de vroedvrouwen staan ook klaar. En familie. En vrienden.

Het is zalig thuis en het is moeilijk thuis, de borstvoeding gaat gewoon door en de continue vraag of hij wel genoeg drinkt en bijkomt blijft zwaar. De vroedvrouwen zeggen dat ik het goed doe en dat ik op mezelf en op Arend kan vertrouwen. Ik ben blij dat ik thuis die boodschap krijg en dat ook kan aannemen. Dat is niet makkelijk na zo’n plotse vroeggeboorte. Na 3 maanden alles af te leiden van een monitor. Na kan ik stilaan overnemen en loslaten.

Ruim 3 jaar later is Arend een leuke kleuter, die graag naar school gaat en zich goed ontwikkelt. Hij heeft ondertussen een broertje van 17 maanden, ook een prematuurtje, geboren op 34 weken.. maar dat is een ander verhaal.

Het startpakketje van VZW kleine held kwam bij ons toe in het ziekenhuis. Rechtstreeks in het kamertje van onze kleine held. Dat was zo’n mooi moment. De kleertjes gaven hoop en perspectief, het dekentje konden we al meteen gebruiken. Het was ook leuk dat al zijn spulletjes sowieso bij hem konden blijven omdat het echt zijn spulletjes waren. Ook de persoonlijke aanpak en het feit dat er een heel team achter zit betekende veel voor mij. Ik voelde me veel minder alleen en kreeg hierdoor echt een duwtje in de rug. Het gaf de dag wat meer kleur. Ik vertelde het dan ook aan iedereen die het maar wilde horen.