Toen ik 25 weken zwanger was, kreeg ik een infectie. Voor mijn eigen veiligheid en die van mijn kind, moest ik bevallen.
Ik heb een hevige vorm van PCOS dus om zwanger te worden, moest ik een fertiliteitstraject in.
FERTILITEITSTRAJECT
“Het duurde zes jaar voordat ik zwanger werd. Het fertiliteitstraject vond ik verschrikkelijk zwaar. Eindeloos spoot ik mezelf vol met hormonen en na elke tegenslag raapte ik mezelf met moeite weer bij elkaar. En toen was ik eindelijk een keer over tijd. Euforisch waren we. En toen we na zeven weken het hartje zagen kloppen, voelde ik me meteen moeder.”
Pas toen de arts bij de twintigwekenecho zei dat alles goed was, ontspande ik een beetje. Diezelfde avond bestelden we de maxicosi.
ONTSLUITING
“Drie dagen later, op zaterdagochtend, veranderde alles. Ik voelde me raar. Ik belde toch even de gynaecoloog. Ter geruststelling mocht ik langskomen voor een echo. ‘Ik doe ook even een inwendig onderzoek,’ zei mijn arts. ‘Alles is goed met je kindje, maar je hebt ontsluiting.’ Ik mocht zelfs niet meer opstaan. Rodrigo was net als ik in shock.”
Met een operatie kon mijn ontsluiting worden ‘dichtgenaaid’, maar er was maar vijftien procent kans dat het zou werken. Ik zou dan de rest van mijn zwangerschap in het ziekenhuis moeten blijven en volledige bedrust moeten houden.
“Het was geen optie om het niet te proberen: we moesten de 24 weken halen. Dan zou ons kindje een kans hebben om het te redden. Het idee dat ik na zes jaar proberen alsnog ons kindje zou verliezen was onverdraaglijk.”
Met 23 weken en 5 dagen kregen we een gesprek over wat we wilden als ons kind tussen 24 en 26 weken zou worden geboren. Wilden we medisch ingrijpen of niet? Dat wilden we, mits er een menswaardig leven mogelijk zou zijn.
“Een week later, ik was 25 weken en 5 dagen zwanger, kreeg ik een infectie. Ik kreeg antibiotica en weeënremmers, maar werd steeds zieker. Voor mijn eigen veiligheid, en die van mijn kind, moest ik bevallen.”
100 DAGEN IN ZIEKENHUIS

Ondanks de heftige omstandigheden, ben ik natuurlijk bevallen. Ons zoontje mocht heel even bij me liggen in een soort boterhamzakje om hem warm te houden. ‘Leeft hij nog?’ vroeg ik. Ja hoor,’ zei de arts, ‘hij is druk aan het bewegen.’ Op dat moment pakte Rafaël mijn vinger. Zijn piepkleine roze handje werd helemaal wit van het knijpen. De kracht die van dit minimensje uitging, gaf me vertrouwen.
Direct daarna werd Rafaël, ingepakt als een kleine burrito en in de couveuse gelegd. Met zijn 33 cm en 890 gram paste hij precies in Rodrigo’s handpalm.
“Eindeloos zaten we naar ons kind in de couveuse te kijken. Via de sonde kreeg hij mijn gekolfde borstvoeding. Omdat mijn melkproductie niet voldoende was, kreeg hij ook donormelk. Dat voelde dubbel: ik was dankbaar dat er donormelk beschikbaar was, maar ik vond het ook moeilijk dat mijn lichaam het alweer liet afweten.“
Uiteindelijk mochen we op 9 maart, de uitgerekende datum, naar huis. Onze kleine held had op dat moment honderd dagen in het ziekenhuis doorgebracht.
REANIMATIE
“Eenmaal thuis vonden we het spannend. Ineens hadden we geen team van artsen en verpleegkundigen meer om ons heen. Ik was heel erg bezorgd en hield ons zoontje zo dicht mogelijk bij me. Op een avond was hij aan het drinken en zag ik het plotseling misgaan. Hij stopte met ademen en bewegen en er kwam melk uit zijn neus en mond.
“Meteen belde mijn man 112. Ik zag dat hij al blauw werd. Samen met de vrouw van 112 heb ik hem gereanimeerd en binnen de kortste keren stond de hele straat vol blauwe zwaailichten en was de traumahelikopter er. De brandweer was er ook. Zij kwamen als eerste binnen op het moment dat hij zijn eerste ademhaling nam, door de mond-op-mondbeademing die ik had gegeven.”
Deze gebeurtenis was weer een harde klap. De zwangerschap en de periode erna waren heftig maar kon ik verwerken. Dit heeft me volledig lamgeslagen. Gelukkig heeft ons zoontje er niets aan overgehouden. Terwijl ik daar door het zuurstoftekort wel erg bang voor was. In de twee weken erna gebeurde het nog twee keer, maar minder heftig.
Weer belden we 112, maar reanimatie was niet nodig. Uiteindelijk bleek het te komen door atypische reflux. Mijn grootste angst was dat het ’s nachts zou gebeuren. Daarom werd hij twee maanden opgenomen en mochten we daarna naar huis met een monitor voor ’s nachts.
Er zijn nog meer verslikincidenten geweest, maar gelukkig nooit meer zo heftig. Hij heeft uiteindelijk een jaar sondevoeding gehad. Totdat hij zelf voldoende kon eten. Hij ligt ’s nachts nog aan de monitor, met een metertje aan zijn voet.
“Het gevoel dat we hem in leven moeten houden, is na alles wat er is gebeurd heel sterk. Het is medisch gezien niet meer nodig, maar we hebben psychisch gezien nog wel een weg te gaan. We hebben gelukkig veel hulp bij de verwerking van alle gebeurtenissen, zowel professioneel als door onze omgeving.”
Nu overheerst vooral het geluk: ons zoontje is intussen twee jaar en een ontzettend blij jongetje. Hij is klein, maar kon vroeg lopen en ontwikkelt zich fantastisch. Hij is een echte peuter, die dol is op auto’s en stoeien met zijn vader.
Het heeft een hele tijd geduurd voordat we ons realiseerden dat hij er gewoon ongeschonden uit zou komen. Nu hij twee is en probeert te praten, ben ik nog steeds verbaasd. We kunnen soms nog steeds niet geloven dat alles helemaal goed is gekomen met ons micro-prematuurtje. Maar we genieten met volle teugen van ons ongelofelijke happy end.”
